Geschiedenis van Zevende-dags Adventgemeente in Huizen
Op 18 maart 1951 kwamen er 12.500 Molukkers naar Nederland. Onder hen waren 3.572 KNIL-militairen (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger). Na verloop van tijd ontstond er onder de Molukkers onrust over hun verblijf in Nederland en hun aspiraties om een eigen staat op te richten op de Molukken. Dit leidde tot verschillende politiek geladen acties van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS). In de jaren '70 vonden onder andere de volgende gebeurtenissen plaats:
- 31 augustus 1970: Bezetting van de woning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar door een groep van 33 gewapende jonge Molukkers.
- 2 december 1975: Treinkaping – 7 gewapende Zuid-Molukse jongeren trekken ter hoogte van Wijster aan de noodrem van de stoptrein Groningen-Zwolle.
- 4 december 1975: Gijzeling van het Indonesische consulaat in Amsterdam door zeven gewapende jonge Molukkers, om hun medestanders te steunen die de trein bij Wijster kaapten.
- 25 mei 1977: De treinkaping bij De Punt van de intercity Assen-Groningen door 9 Zuid-Molukkers. Tegelijkertijd gijzelen zij schoolkinderen in Bovensmilde.
Door deze gebeurtenissen kreeg de leiding van de Unie van de Adventkerk in Nederland volle aandacht voor deze problematiek, vooral voor degenen met het Adventgeloof. Omdat zij de Nederlandse taal niet machtig waren, bezochten zij nooit een Nederlandse adventgemeente. Daarom vroeg de Unieleiding in Nederland aan een Molukse jongeman om een samenkomst te coördineren voor alle Molukse adventisten in heel Nederland. Hij werd naar Engeland gestuurd om theologie te studeren aan het Newbold College.
Hij begon de Molukkers te verzamelen in Huis ter Heide. Zij ontvingen een subsidie van de Unie van 3.000 gulden voor de organisatie en de maaltijden, en kregen de mogelijkheid om te overnachten in het gastenverblijf in Huis ter Heide. Deze bijeenkomsten werden het "Ambon Weekend" genoemd en duurden van vrijdag tot en met zondag. In het eerste jaar was het altijd Simon Ririhena die tijdens de diensten preekte. De oudere generatie (de ooms en tantes) was hier echter niet helemaal tevreden over, omdat hij in het Nederlands preekte; Simon was immers in Nederland opgegroeid en opgeleid.
In het tweede jaar werd de vertaller (John Manalief) – hoewel geen Ambonees – samen met de familie Melger en de familie Sondakh uitgenodigd. Hem werd gevraagd om op de sabbat te preken. Tot grote verrassing waren de ooms en tantes erg blij, omdat er in het Indonesisch werd gepreekt en zij de inhoud begrepen. Een kernboodschap uit die tijd was: "Ik ben geboren in Indonesië, maar Indonesië is niet mijn vaderland. Nu woon ik in Nederland, maar ook Nederland is niet mijn vaderland. Mijn vaderland is de hemel!"
Het plan voor een eigen predikant
Er ontstond een plan om het subsidiegeld te gebruiken om een predikant uit Indonesië uit te nodigen voor openbare lezingen. De voorwaarde was dat deze predikant een Ambonees moest zijn die ook Nederlands sprak, om zowel ouderen als jongeren te kunnen bereiken. De keuze viel op prof. dr. Roul Tauran.
Hoewel de Nederlandse Unie aanvankelijk sceptisch was ("waarom een predikant van ver halen?"), werd het argument gebruikt: "Om een wild paard te vangen, kunnen we geen olifant gebruiken." Men had iemand nodig die de cultuur en taal van de doelgroep sprak. Na een volhardende correspondentie, zelfs tot aan de Engelse Divisie, kwam er eindelijk goedkeuring. Het resultaat van de lezingen van ds. dr. R.H. Tauran was de doop van 5 personen.
De locaties door de jaren heen
- 1982-1983: Samenkomsten in een kleine groep bij de familie Manalief thuis.
- 1983-1984: Samenkomsten in un lokaal in het gebouw 'Drie in Een'.
- 1984-1985: Samenkomsten in de zaal van zwembad 'De Bun'.
- 1985-2009: Samenkomsten in de Kruiskerk.
- 2009-heden: Samenkomsten in de Christelijk Gereformeerde Kerk.
De kleine groep begon in 1982, maar werd pas in 1986 officieel georganiseerd als onderdeel van de Kerk van de Zevende-dags Adventisten. Ondanks de druk om te integreren met de gemeente in Hilversum, bleef de groep in Huizen vier jaar lang zelfstandig zonder subsidie, totdat de officiële erkenning een feit was.