Dagwijding

Zaterdag 30 mei 2026

Zonder vlek

“…gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven…Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.”

Efeziërs 5:25-27

Wij dragen de naam Christen. Laten we trouw zijn aan deze naam. Christen zijn betekent Christusgelijk zijn. Het betekent Christus volgen in zelfverloochening, Zijn banier van liefde hooghouden en Hem eren met onbaatzuchtige woorden en daden. In het leven van de ware christen is er geen sprake van zelfzucht – het eigen ik is dood. Er was geen zelfzucht in het leven dat Christus op aarde leidde. Hij droeg onze natuur en leefde een leven dat volledig gewijd was aan het welzijn van anderen.

In woord en daad moeten de volgelingen van Christus rein en waarachtig zijn. In deze wereld – een wereld van ongerechtigheid en verdorvenheid – moeten christenen de eigenschappen van Christus openbaren. Alles wat ze doen en zeggen moet vrij zijn van zelfzucht. Christus wil hen aan de Vader presenteren “geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks”, gereinigd door Zijn genade en naar Zijn evenbeeld.

In Zijn grote liefde heeft Christus Zichzelf voor ons overgegeven. Hij gaf Zichzelf voor ons om te voorzien in de noden van de worstelende ziel. We moeten ons aan Hem overgeven. Wanneer deze overgave volledig is, kan Christus het werk voltooien dat Hij voor ons begonnen is door de overgave van Zichzelf. Dan kan Hij ons volledige herstel schenken.

Christus gaf Zichzelf voor de verlossing van de mensheid, opdat allen die in Hem geloven eeuwig leven zullen hebben. Zij die dit grote offer waarderen, ontvangen van de Heiland het kostbaarste van alle gaven: een rein hart. Zij verkrijgen een ervaring die waardevoller is dan goud, zilver of edelstenen. Zij zitten samen in de hemelse gewesten in Christus en genieten in gemeenschap met Hem van de vreugde en vrede die alleen Hij kan geven. Zij beminnen Hem met hart, verstand, ziel en kracht, beseffend dat zij Zijn door bloed verworven erfgoed zijn. Hun geestelijk gezichtsvermogen wordt niet vertroebeld door wereldse politiek of wereldse doelen. Zij zijn één met Christus, zoals Hij één is met de Vader.

Denkt u niet dat Christus waarde hecht aan hen die geheel voor Hem leven? Denkt u niet dat Hij hen bezoekt die, zoals de geliefde Johannes, omwille van Hem in moeilijke en beproevende omstandigheden verkeren? Hij zoekt zijn getrouwen op en onderhoudt gemeenschap met hen, hen bemoedigend en sterkend. — The Review and Herald, May 30 1907.

Archief

Mei 2026

29 vr
Eerbied voor de Zaak

“Houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten.”

1 Timotheüs 3:9

Ik prijs de Heer vanmorgen voor de vrede die ik geniet. Er is volkomen rust voor mij in de Heer. Ik vertrouw op Zijn liefde. Waarom zouden wij niet rusten in de liefde van God, in de zekerheid van Zijn woord? Wat zegt Jezus? “Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Wat kan er positiever zijn dan deze belofte? “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.” (Mattheüs 11:28-30). Kom dan; laten wij, die in Jezus Christus geloven, geen moment aarzelen, maar komen.

Allen die zich aan zichzelf vastklampen, alsof ze bang zijn dat de Heer Jezus het toch niet meent zoals Hij zegt, bewijzen God grote oneer. Zegt onze afstandelijkheid ten opzichte van Jezus niet: “Ik geloof niet dat de Heer Jezus het meent”? Behandel je menselijke vrienden niet op deze twijfelende, wantrouwende manier. Als ze je respect tonen, als ze je een belofte doen, zeg je niet: “Ik heb geen geloof; ik kan geen van jullie beloftes geloven. Dit is erg moeilijk voor me, maar ik kan jullie woord niet geloven.”

Je laat God dit in feite allemaal zien door je daden. Je hebt altijd rust gevonden wanneer je gekomen bent, maar je begint te twijfelen, naar jezelf te kijken, over jezelf te zuchten. Stop daar nu mee. Doe dat juk af dat je zelf hebt gemaakt, dat zo vreselijk knelt, en neem het juk van Christus op je, dat Hij zacht noemt, en Zijn last, die Hij je vertelt licht te zijn.

De Heilige Geest is de Trooster, jouw Trooster. Heeft de Heilige Geest Zijn deel van het werk niet gedaan? Zo ja, dan ben jij daar niet de schuldige van. Maar de belofte is zeker en vast. Wanneer je zegt dat je geen geloof in God hebt, maak je God tot een leugenaar en laat je zien dat je geen vertrouwen hebt in het werk van de Heilige Geest, die altijd klaarstaat om ons in onze zwakheden te helpen. Hij staat altijd aan je deur te wachten, altijd te kloppen om binnen te mogen komen. Laat Hem binnen. Het enige wat je hoeft te doen, is je wil aan de kant van de Heer te leggen. Je hebt de belofte nodig, maar het is de Oneindige achter de belofte in wie je volkomen vertrouwen moet hebben. Zeg het: “Ik ben van de Heer. Ik geloof.” Verdrijf elke twijfel uit je ziel. Heb geloof in God. Hij houdt van je. Sta jezelf nooit, maar dan ook nooit toe om aan Hem te twijfelen of Hem te wantrouwen. — Manuscript 80, May 29, 1893, diary.
28 do
De inwonende Christus

“Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe. Die zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en geen ergernis is in hem.”

1 Johannes 2:9-10

Afgelopen nacht droomde ik dat een kleine groep mensen bijeen was gekomen voor een religieuze bijeenkomst. Er kwam iemand binnen die zich in een donkere hoek ging zitten, waar hij weinig aandacht zou trekken. Er heerste geen geest van vrijheid. De Geest van de Heer was gebonden. De ouderling van de gemeente maakte een paar opmerkingen. Hij leek iemand te willen kwetsen. Ik zag een bedroefde uitdrukking op het gezicht van de vreemdeling. Het werd duidelijk dat de liefde van Jezus niet in de harten was van hen die beweerden de waarheid te geloven, en dat er, als gevolg daarvan, een afwezigheid was van de Geest van Christus en een groot gebrek aan liefde voor God en voor elkaar, zowel in gedachten als in gevoelens. De bijeenkomst was voor niemand verfrissend geweest.

Toen de bijeenkomst bijna ten einde liep, stond de vreemdeling op en vertelde hun met een stem vol verdriet en tranen dat ze in hun eigen ziel en in hun eigen ervaring een groot gebrek hadden aan de liefde van Jezus, die in grote mate aanwezig was in elk hart waar Christus zijn intrek had genomen. Ieder hart dat vernieuwd is door de Geest van God, zal niet alleen God liefhebben, maar ook zijn broeder. En als die broeder fouten maakt, als hij dwaalt, moet hij volgens het evangelieplan worden aangepakt. Elke stap moet worden gevolgd volgens de aanwijzingen in het Woord van God. “…gij, die geestelijk zijt, brengt den zodanige te recht met den geest der zachtmoedigheid; ziende op uzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt.” (Galaten 6:1), zei Hij. “Herinner je je niet het gebed van Christus vlak voordat Hij zijn discipelen verliet voor zijn lange, pijnlijke strijd in de hof van Gethsemane, vóór zijn verraad, zijn proces en zijn kruisiging?” (Zie Johannes 17:15-23)

Wees voorzichtig met hoe je omgaat met de verlossing door het bloed van Christus. Er zal een duidelijke en oprechte terechtwijzing van kwade werken nodig zijn, maar laat degene die dit werk op zich neemt weten dat hij zelf niet door kwade werken van Christus gescheiden is. Hij moet geestelijk zijn en zo iemand terechtwijzen in de geest van zachtmoedigheid.

De geest en het karakter van Christus worden in de uitverkorenen van God geopenbaard door hun hemelse levenswandel, hun zachtmoedigheid en hun onberispelijke gedrag. Allen die door de Geest van God geleid worden, zijn kinderen van God. — Manuscript 32, May 28, 1887, diary, “Visit to Germany.”
27 wo
Verheug je in de Heer

“Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.”

2 Corinthiërs 5:7

Mijn hoofd is vermoeid vanmorgen. Mist en wolken hangen boven mijn gedachten; maar de suggesties van de vijand om de Heer te wantrouwen, zal ik niet koesteren. Nu is het mijn tijd om de goede strijd van het geloof te strijden. Juist nu is het moment aangebroken waarop ik het standvastige geloof nodig heb dat door liefde werkt en mijn ziel zuivert. Ik zoek de Heer met meer ernst.

In 1 Kronieken 28:9 geeft David zijn opdracht aan Salomo.

De boodschap werd door de profeet van de Heer aan Asa gebracht: “De Heer is met u, zolang u met Hem bent; en als u Hem zoekt, zal Hij zich aan u openbaren; maar als u Hem verlaat, zal Hij u verlaten” (2 Kronieken 15:2; vgl. Jeremia 29:11-13). Mijn hart gaat uit in geloof. Geloof is geen gevoel; geloof is geen zien. “Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.” (Hebreeën 11:1)

Ik sprak om 15.00 uur in de Rechabietenzaal over Filippenzen 4:4-7: “Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u. Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij. Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.” Ik geloof dat deze belofte ook voor mij geldt, en ik maak die belofte persoonlijk eigen. De belofte zelf is waardeloos, tenzij ik er volledig in geloof dat Hij die de belofte heeft gedaan, ruimschoots in staat is om die te vervullen en oneindig machtig is om alles te doen wat Hij heeft gezegd.

De boodschap die de Heer mij gaf, was een boodschap van geloof. We kunnen God niet meer oneer aandoen dan door Zijn Woord te wantrouwen. Gevoelens zijn volstrekt onbetrouwbaar. Een religie die gevoed en in stand gehouden wordt door emoties is waardeloos. Gods Woord is het fundament waarop onze hoop veilig kan rusten, en in het vertrouwen dat we in Gods Woord hebben, worden we gegrondvest, versterkt, vastgezet, verankerd aan de Eeuwige Rots. Dan zal het gebed van Paulus verhoord worden:

“Waarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand; Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God.” (Colossenzen 1:9,10). — Manuscript 80, May 27, 1893, diary.
26 di
Het opeisen van de privileges

“Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.”

Mattheus 7:13-14

Doe alles wat je kunt en de weg zal zich voor je openen. Elk moment is goud waard. Zielen die niet van Christus zijn, moeten overtuigd worden om de hoop van het evangelie te omarmen.

We moeten niet in deze wereld leven om onszelf te behagen. We hebben elke dag van ons leven zwaar en serieus werk te doen. We kijken in geloof uit naar de dingen die onzichtbaar zijn en verliezen daardoor de beproevingen en moeilijkheden van de weg uit het oog. De hemel is ons thuis. We mogen geen enkel risico nemen om de enige hoop die we zo lang hebben gekoesterd, te verliezen: Jezus te zien zoals Hij is en op Hem te lijken. We hopen dat je op je stappen let. Leef een leven van gebed en geloof en verdien de onvergankelijke kroon der heerlijkheid.

Er is voor niemand van ons een andere weg tot redding dan de weg die onze Verlosser heeft gebaand. Hij heeft ons in Zijn leven op aarde een praktisch voorbeeld gegeven, in zelfverloochening en zelfopoffering, van wat Hij wil dat wij zijn. “Want Ik ben uit den hemel nedergedaald,” zegt Christus, “niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.” (Johannes 6:38)

We kunnen geen christenen zijn zolang we leven om onszelf te behagen. We moeten door de smalle poort van zelfverloochening gaan, als we de Meester willen volgen. Dit smalle pad van zelfverloochening is te smal voor velen die beweren godvruchtig te zijn. Ze willen een gemakkelijker pad en klimmen via een andere weg omhoog. Ze weigeren in de voetsporen van onze Verlosser te treden. Christus noemt al zulke mensen dieven en rovers. Ze nemen de naam christen aan, terwijl die hun niet toekomt, omdat ze in hun leven niet het leven van Christus vertegenwoordigen. Ze eisen de voorrechten op die de kinderen van God toebehoren, terwijl ze niet van Hem zijn. Ze leiden een egoïstisch leven op aarde en hebben niets gedaan voor de waarheid en de redding van zielen zoals ze hadden moeten doen. Treurig voor deze zelfbedriegers. Zij zullen nooit de hemel zien, omdat zij niet bereid zijn de schande en het verwijt te delen dat Jezus voor hen heeft geleden.

Lieve kinderen, laat Christus in jullie harten gegrift staan en jullie zullen allen liefhebben voor wie Christus gestorven is, en alles doen wat jullie kunnen om hen te redden. — Letter 30, May 26, 1874, to her children.
25 ma
Zit in Zijn schaduw

“En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus”

Efeziërs 4:11-12

De Heer heeft niemand van ons bekwaam gemaakt om de last van het werk alleen te dragen. Hij heeft mensen met verschillende opvattingen samengebracht, zodat zij elkaar kunnen raadplegen en bijstaan. Zo wordt het gebrek aan ervaring en vaardigheden van de één aangevuld door de ervaring en vaardigheden van de ander. We zouden allemaal de instructies in Korintiërs en Efeziërs over onze relatie tot elkaar als leden van het lichaam van Christus zorgvuldig moeten bestuderen.

Edson, in je werk moet je rekening houden met de relatie die elke medewerker onderhoudt met de andere medewerkers die verbonden zijn aan de zaak van God. Je moet bedenken dat anderen, net als jijzelf, een taak te vervullen hebben in verband met deze zaak. Je moet je geest niet afschermen van overleg.

We zijn verbonden met de dienst en de zaak van God, en we moeten ons individueel realiseren dat we deel uitmaken van een groot geheel. We moeten wijsheid zoeken bij God en leren wat het betekent om een afwachtende en waakzame geest te hebben en naar onze Heiland te gaan wanneer we moe en neerslachtig zijn. Vertrouw op God, niet alleen op het oordeel van mensen.

Je moet leren je eigen wil en je eigen weg op te geven en licht te ontvangen van hen die God tot Zijn helpende hand heeft gemaakt, van hen door wie Hij wil dat je geholpen wordt. Ga naar Christus voor verlichting. Klamp je aan Hem vast. Blijf lang genoeg om je wil over te geven aan de wil van God. Velen hebben te veel haast om te bidden. Met gehaaste stappen lopen ze door de schaduw van Christus' liefdevolle aanwezigheid, pauzeren misschien even in de heilige ruimte, maar wachten niet op raad. Ze hebben geen tijd om te gaan zitten, geen tijd om bij de goddelijke Leraar te blijven. Met hun lasten keren ze terug naar hun werk.

Richt je gedachten op de Verlosser. Ga weg van de drukte van de wereld en ga zitten in de schaduw van Christus. Dit moet je doen als je de rijke zegeningen wilt ontvangen die Hij je wil schenken. Richt je gedachten op hoge en heilige dingen. Dan, te midden van het rumoer van de dagelijkse arbeid en strijd, zal je geestelijke kracht vernieuwd worden. — Letter 80, May 25, 1902, to Edson White, engaged in work among the blacks in the Southern States.
24 zo
Vlijt voor de waarheid

“De HEERE nu is Degene, Die voor uw aangezicht gaat; Die zal met u zijn; Hij zal u niet begeven, noch u verlaten; vrees niet, en ontzet u niet.”

Deuteronomium 31:8

Niets in deze wereld, geen aardse gunsten of genoegens, kan de plaats innemen van Gods aanwezigheid en gunst. Zonder Hem als onze vriend en deelgenoot zijn we werkelijk alleen. We mogen dan wel veel andere vrienden hebben, maar zij kunnen nooit voor ons betekenen wat Christus voor ons betekent.

Wie vergeving wil voor begane overtredingen, moet tot Christus komen zoals hij is en zeggen: “Heer, hoewel ik gekocht ben en Uw eigendom ben, heb ik in het verleden geweigerd mezelf aan U over te geven. Nu erken ik dat ik niet van mezelf ben, dat ik niet met mezelf kan doen wat ik wil. Neem mij zoals ik ben, een arm, zondig schepsel, en reinig en zuiver mij van alle zonde door mijn zonde op U te nemen. Ik verdien dit niet, maar U bent de enige die mij kan redden. Neem mijn zonde weg en geef mij Uw gerechtigheid. Ik wil geen dag langer in zonde leven. Schenk mij Uw gerechtigheid en behoed mij voor alle overtredingen van Uw heilige wet.”

Beperk de Heilige van Israël niet. Verlang ernaar om meer van de manifestatie van Zijn liefde te zien, zodat je anderen kunt winnen voor de kennis van Zijn goedheid.

De Heer heeft Zijn glorieuze volmaaktheid beloofd, zodat zij die Hem met nederigheid van hart zoeken en hun zonden belijden, Hem kostbaar zullen vinden voor hun ziel. Maar zij die weigeren te gehoorzamen, uit angst om aardse vrienden te misnoegen, kunnen geen vrienden van God zijn.

Gehoorzaam, gehoorzaam, omwille van Christus en omwille van je eigen ziel. Gehoorzaam wat je geweten je vertelt dat waar is. Aanvaard de genade en gerechtigheid van Christus. God roept je teder toe: “Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.” (Mattheüs 11:28-30) Als u de uitnodiging tot bekering, tot bevrijding van de zonde, afwijst, zal de grote dag van God u hopeloos, dakloos, ongehoorzaam en een overtreder van Zijn wet aantreffen. Hij zal u dan geen plaats in Zijn koninkrijk kunnen geven. Mijn gebed is: moge God u helpen nu te komen. — Letter 80, May 24, 1900, to a layman in Australia.
23 za
Het veiligstellen van onze erfenis

“Gelijk Sodoma en Gomorra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot een voorbeeld voorgesteld zijn, dragende de straf des eeuwigen vuurs.”

Judas 7

De vooruitzichten in onze wereld zijn inderdaad alarmerend. God trekt Zijn Geest terug uit de goddeloze steden, die zijn geworden zoals de steden van de tijd vóór de zondvloed, zoals Sodom en Gomorra. De inwoners van deze steden zijn beproefd. We zijn in een tijd beland waarin God op het punt staat de hoogmoedige kwaaddoeners te straffen, die weigeren Zijn geboden te houden en Zijn waarschuwende boodschappen negeren. Hij die geduld heeft met kwaaddoeners, geeft iedereen de kans Hem te zoeken en hun hart voor Hem te verootmoedigen.

Iedereen heeft de mogelijkheid om tot Christus te komen en zich te bekeren, zodat Hij hen kan genezen. Maar er zal een tijd komen dat er geen genade meer zal worden geboden. Kostbare herenhuizen, wonderen van architectonische vaardigheid, zullen zonder waarschuwing worden verwoest, wanneer de Heer ziet dat de eigenaren de grenzen van vergeving hebben overschreden. De verwoesting door brand van de statige gebouwen die brandveilig geacht werden, is een illustratie van hoe de architectuur van de aarde binnen korte tijd in puin zal liggen.

Het 24e hoofdstuk van Mattheüs schetst een beeld van wat er met de wereld zal gebeuren. We leven te midden van de gevaren van de laatste dagen. Zij die in zonde ten onder gaan, moeten gewaarschuwd worden. De Heer roept iedereen aan wie Hij talent of middelen heeft toevertrouwd op om Zijn helpende hand te zijn door hun geld te geven voor de voortgang van Zijn werk. Ons geld is een schat die de Heer ons heeft geleend, en het moet worden geïnvesteerd in het werk om de wereld de laatste boodschap van genade te brengen.

Wie aardse dingen als het hoogste goed beschouwt, wie zijn leven wijdt aan het vergaren van aardse rijkdom, doet inderdaad een slechte investering. Te laat zal hij zien hoe datgene waarop hij vertrouwde tot stof verbrokkelt. Alleen door zelfverloochening, door het offeren van aardse rijkdom, kan de eeuwige rijkdom verkregen worden. Door veel beproevingen gaat de christen het koninkrijk der hemelen binnen. Hij moet voortdurend de goede strijd strijden en zijn wapens niet neerleggen totdat Christus hem rust geeft. Alleen door alles aan Christus te geven, kan hij de erfenis veiligstellen die tot in alle eeuwigheid zal voortduren. — Letter 90, May 23, 1902, to Brother Johnson, a layman.
22 vr
Het zuiveringsproces

“Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.”

Hebreeën 2:18

Ik word om twaalf uur gewekt om de instructie die mij is gegeven op te schrijven.

De woorden luidden: “Ik ben het Licht van de wereld. Ontsteek het licht van je ziel met de wijsheid van mensen, en je licht zal in de duisternis doven. Zoek Mijn wijsheid, en je zult geleid worden door onfeilbare raad. Deze leiding is het voorrecht van ieder kind van God. Vraag, en je zult ontvangen; maar vraag in geloof. Vraag om wat in overeenstemming is met het Woord van God. Gelovend zul je ontvangen.”

Christus is de bron van onze kracht. Laten we Zijn leer bestuderen. Door Zijn eniggeboren Zoon te geven om in onze wereld te leven en aan verleidingen onderworpen te worden, opdat Hij ons zou leren hoe we die kunnen overwinnen, heeft de Vader ruimschoots voorzien dat we niet door de vijand gevangengenomen zouden worden. Christus ontmoette de gevallen vijand en overwon ten behoeve van de mensheid. Hij werd in alle opzichten verzocht zoals wij, maar Hij weerstond in de kracht van de goddelijkheid, opdat Hij ons zou kunnen bijstaan wanneer wij verzocht worden.

Door deel te krijgen aan Zijn goddelijke natuur, moeten we leren de verleidingen van Satan te onderscheiden en, in de kracht van Zijn genade, de verderfelijkheid in de wereld door lust te overwinnen. Wie eens een zondig mens was, kan gelouterd en gezuiverd worden door de verdiensten van Christus en voor zijn medemensen staan als een medewerker van God. Aan wie God oprecht zoekt, zal de goddelijke natuur zeker worden geschonken, en het mededogen van Christus zal zeker worden gegund.

Satan werkt met al zijn sluwheid om zielen te misleiden. Wat moeten we doen? Laten we geloven dat de Heer bereid is de zwakken op te richten en te versterken.

Je zult je grootste kracht vinden in het je richten op het geestelijke. Laat de heiliging van de waarheid van het Woord van God in je leven geopenbaard worden. Laat dit middel de ziel louteren en veredelen. De Heer wil dat Zijn dienaren nederig voor Hem wandelen. “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.” (Mattheüs 11:29,30) — Letter 166, May 22, 1908, to W. W. Prescott, editor of the Review and Herald.
21 do
Eenheid met Christus

“…Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid. …Indien dan iemand zichzelven van deze reinigt, die zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik des Heeren, tot alle goed werk toebereid.”

1 Timotheüs 2:19-21

Eenheid met Christus hangt af van de vernieuwing van het denken door de Heilige Geest. Zo worden we gesterkt om in een nieuw leven te wandelen en ontvangen we van Christus de vergeving van onze zonden. Wie dat geloof heeft dat door liefde werkt en de ziel reinigt, is een gereinigd vat, geheiligd en geschikt voor het gebruik van de Meester. Het eigen zelf is dood.

Alle verdeeldheid, alle zelfzuchtige gedachten, woorden en daden zijn het gevolg van de werking van een onheilige geest op het denken. Onder invloed van deze geest worden woorden gesproken die de Verlosser niet openbaren. Christus, de hoop op heerlijkheid, wordt niet in ons gevormd. Zij die zo leven, zijn zondaren, ook al doen ze zich voor als heiligen.

Zij die Christus aannemen, zijn zachtmoedig en nederig van hart. Christus opent in hun harten een levende bron van water, die opwelt tot eeuwig leven en de zielen van anderen verfrist. De levens van hen die het brood des levens eten en het water van de verlossing drinken, worden gereinigd door de genade van God.

Laat allen het Woord bestuderen. Laat niemand zijn ziel belasten met zoveel lasten dat hij de kostbare lessen die Christus ons heeft gegeven niet kan bestuderen.

Het Woord van God wordt niet half begrepen. Als ieder mens zou vasten voor zijn eigen ziel, het Woord van God zou bestuderen met ernstig gebed en alleen die boeken zou lezen die hem helpen een helderder begrip van het Woord te verkrijgen, dan zou Gods volk veel meer geestelijke gezondheid en kracht, veel meer geestelijke kennis en inzicht hebben dan ze nu laten zien. We moeten God zoeken, opdat we Hem kostbaar mogen vinden voor onze ziel. We moeten Hem als onze blijvende gast en metgezel houden en nooit van Hem scheiden.

Eén zijn met Christus in God is het voorrecht van elke ziel. Maar om dit te kunnen zijn, moeten we zachtmoedig en nederig zijn, leerbaar en gehoorzaam. Zullen wij niet behoren tot degenen die er een punt van maken om door ernstig gebed en trouwe praktijk het geloof te verwerven dat door liefde werkt en de ziel reinigt? — Letter 75, May 21, 1900, to Elder G. A. Irwin, president of the General Conference.
20 wo
Christus' kroonwonder

“Een grote schare dan der Joden verstond, dat Hij aldaar was; en zij kwamen, niet alleen om Jezus' wil, maar opdat zij ook Lazarus zouden zien, dien Hij uit de doden opgewekt had.”

Johannes 12:9

Het feestmaal in het huis van Simon bracht veel Joden bijeen, want ze wisten dat Christus daar was. En ze kwamen niet alleen om Jezus te zien, maar ook Lazarus, die Hij uit de dood had opgewekt. De opwekking van Lazarus was het kroonwonder van Christus' leven. De laatste beproeving was aan het Joodse volk gegeven. Lazarus was uit de dood opgewekt om een getuigenis voor Christus af te leggen.

Velen dachten dat Lazarus een wonderbaarlijke ervaring zou hebben om te vertellen. Ze waren verbaasd toen hij niets vertelde. Maar Lazarus had niets te vertellen. De pen van de Inspiratie heeft licht geworpen op dit onderwerp. “De doden weten niets. Hun liefde en hun haat zijn nu vergaan” (Prediker 9:5,6)

Maar Lazarus had een wonderbaarlijk getuigenis af te leggen met betrekking tot het werk van Christus. Hij was een levend bewijs van goddelijke kracht. Met zekerheid en kracht verklaarde hij dat Christus de Zoon van God was en vroeg hij de mensen wat ze zouden winnen door Christus ter dood te brengen.

Overweldigend bewijsmateriaal werd aan de priesters geleverd met betrekking tot de goddelijkheid van Christus. Maar zij hadden zich voorgenomen elk licht te weerstaan en sloten de kamers van hun geest af, zodat er geen licht kon binnenkomen.

De eer die Jezus werd bewezen, maakte de schriftgeleerden en Farizeeën woedend. Zij beraamden een plan om ook Lazarus ter dood te brengen, “Want velen van de Joden gingen heen om zijnentwil, en geloofden in Jezus.” (Johannes 12:11) Het getuigenis van Lazarus was zo duidelijk en overtuigend dat de priesters het argument niet konden weerstaan. Daarom smeedden zij een plan om Lazarus ter dood te brengen. Ze waren van plan Lazarus in het geheim te doden, zodat de dood van Christus minder bekendheid zou krijgen. Het doel, zo redeneerden zij, zou de middelen heiligen, maar zij mochten Nicodemus en Jozef van Arimathea niet voor hun raad oproepen, want dan zouden hun moorddadige plannen worden gedwarsboomd.

Ze konden geen aanklacht tegen Lazarus indienen, maar liever dan bewijsmateriaal te erkennen dat niet te ontkennen viel, beraamden zij een plan om hem te doden. Zo zal het ook met de mensen gaan wanneer zij zich van God afscheiden. Wanneer ongeloof eenmaal bezitneemt van de geest, wordt het hart verhard en kan geen enkele macht het verzachten. — Manuscript 47, May 20, 1897, “Judas.”
19 di
Gehoorzaamheid is heiliging

“En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.”

Efeziërs 5:2

In de volheid van Zijn goddelijkheid, in de glorie van Zijn smetteloze mensheid, heeft Christus Zichzelf voor ons gegeven als een volledig en vrij offer, en ieder die tot Hem komt, moet Hem aanvaarden alsof hij de enige is voor wie de prijs betaald is. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen levend gemaakt worden, want de gehoorzamen zullen tot onsterfelijkheid opgewekt worden, en de overtreders zullen uit de doden opstaan om de dood te lijden, de straf van de wet die zij overtreden hebben.

Gehoorzaamheid aan de wet van God is heiliging. Velen hebben verkeerde ideeën over dit werk in de ziel, maar Jezus bad dat Zijn discipelen door de waarheid geheiligd zouden worden, en voegde eraan toe: “Uw woord is de waarheid.” (Joh 17:17) Heiliging is geen proces dat van het ene moment op het andere plaatsvindt, maar een geleidelijk proces, zoals gehoorzaamheid voortdurend is. Zolang Satan ons blijft verleiden, zal de strijd om zelfoverwinning steeds opnieuw gevoerd moeten worden; maar door gehoorzaamheid zal de waarheid de ziel heiligen. Zij die trouw zijn aan de waarheid zullen, door de verdiensten van Christus, alle karakterzwakheden overwinnen die hen hebben gevormd door alle wisselende omstandigheden van het leven.

Velen hebben het standpunt ingenomen dat ze niet kunnen zondigen omdat ze geheiligd zijn, maar dit is een misleidende valstrik van de boze. Er is een voortdurend gevaar om in zonde te vallen, want Christus heeft ons gewaarschuwd om te waken en te bidden, opdat we niet in verleiding komen. Als we ons bewust zijn van onze eigen zwakheid, zullen we niet zelfverzekerd en roekeloos zijn ten aanzien van gevaar, maar zullen we de noodzaak voelen om onze kracht te zoeken in Jezus, onze gerechtigheid. We zullen in berouw en spijt komen, met een wanhopig besef van onze eigen eindige zwakheid, en leren dat we dagelijks de verdiensten van het bloed van Christus moeten aanwenden, opdat we vaten mogen worden die geschikt zijn voor het gebruik van de Meester. Terwijl we zo op God vertrouwen, zullen we niet strijden tegen de waarheid, maar zullen we altijd in staat zijn om op te komen voor het recht. We moeten vasthouden aan de leer van de Bijbel en niet de gebruiken en tradities van de wereld volgen, noch de uitspraken en daden van mensen. — The Signs of the Times, May 19, 1890.
Gehoorzaamheid is heiliging
18 ma
Trouw aan de familie van de vader

“Opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg zouden dragen… En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.”

1 Corinthiërs 12:25-27

In Christus zijn we allen leden van één familie. God is onze Vader en Hij verwacht van ons dat we ons bekommeren om de leden van Zijn huisgezin. Als takken van de moederwijnstok ontvangen we voeding uit dezelfde bron, en door gewillige gehoorzaamheid worden we één met Christus.

Als een lid van Christus' huisgezin in verleiding komt, moeten de andere leden hem met vriendelijke zorg bijstaan, proberen de voeten die afdwalen naar valse paden te stoppen en hem tot een zuiver, heilig leven te leiden. Deze dienstbaarheid eist God van ieder lid van Zijn gemeente (zie 1 Korintiërs 12:12-27).

Sommigen hebben geen echte geestelijke ervaring, omdat ze geen licht ontvangen en niet doorgeven. Ze worden vaak verrast door verleidingen die in zulke fascinerende vormen komen dat ze ze niet herkennen als misleidingen van de sluwe vijand. Hoe belangrijk is het dat ze de ervaring opdoen die daarvoor nodig is. De leden van de familie van de Heer moeten wijs en waakzaam zijn en alles in hun macht doen om hun zwakkere broeders te redden uit Satans verborgen netten.

Dit is zendingswerk in eigen huis, en het is even nuttig voor hen die het doen als voor hen voor wie het gedaan wordt. De vriendelijke belangstelling die we in de huiselijke kring tonen, de woorden van medeleven die we tot onze broeders en zusters spreken, maken ons geschikt om te werken voor de leden van het huisgezin van de Heer, met wie we, als we Christus trouw blijven, door de eeuwen heen zullen leven.

“Zijt getrouw tot den dood,” zegt Christus, “en Ik zal u geven de kroon des levens.” (Openbaring 2:10) Hoe zorgvuldig zouden de leden van het gezin van de Heer dan hun broeders en zusters moeten beschermen! Word hun vriend. Als ze arm zijn en behoefte hebben aan voedsel en kleding, voorzie dan in hun materiële én geestelijke behoeften. Zo zult u een dubbele zegen voor hen zijn.

Hoe teder zouden we moeten zijn in onze omgang met hen die streven naar de kroon des levens. Hij die in liefde en tederheid een ziel in nood heeft geholpen, heeft misschien zelf op een ander moment behoefte aan bemoedigende woorden van hoop en moed. — Manuscript 63, May 18, 1898, “Home Missionary Work.”
17 zo
Heiligheid van het hart

“Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.”

Jeremia 31:33

Wanneer de wet van God in het hart geschreven staat, zal zij zich openbaren in een zuiver en heilig leven. De geboden van God zijn geen dode letter. Zij zijn geest en leven, en brengen de verbeelding en zelfs de gedachten ondergeschikt aan de wil van Christus. Het hart waarin ze geschreven staan, zal met alle zorgvuldigheid bewaard worden, want daaruit komen de levensbronnen voort. Allen die Jezus liefhebben en de geboden naleven, zullen ernaar streven zelfs de schijn van het kwaad te vermijden; niet omdat zij daartoe gedwongen worden, maar omdat zij een zuiver voorbeeld navolgen en een afkeer hebben van alles wat in strijd is met de wet die in hun hart geschreven staat. Zij zullen zich niet zelfvoorzienend voelen, maar hun vertrouwen zal in God zijn, die alleen in staat is hen te behoeden voor zonde en onreinheid. De atmosfeer om hen heen is zuiver; zij zullen hun eigen ziel noch de zielen van anderen bederven. Het is hun genoegen rechtvaardig te handelen, barmhartigheid te betonen en nederig voor God te wandelen.

Het gevaar dat hen in deze laatste dagen bedreigt, is het ontbreken van zuivere religie, het ontbreken van heiligheid van hart. De bekerende kracht van God heeft geen verandering in hun karakter teweeggebracht. Ze beweren heilige waarheden te geloven, net als het Joodse volk, maar doordat ze de waarheid niet in praktijk brengen, zijn ze onwetend van zowel de Schrift als de kracht van God. De kracht en invloed van Gods wet zijn weliswaar aanwezig, maar niet in de ziel zelf, waardoor deze niet vernieuwd wordt in ware heiligheid.

God wil dat de leraar van de Bijbel in zijn karakter en gezinsleven een voorbeeld is van de beginselen van de waarheid die hij aan zijn medemensen leert.

Wat een mens is, heeft een grotere invloed dan wat hij zegt. Een rustig, standvastig en godvruchtig leven is een levende brief, die door iedereen gekend en gelezen wordt. Iemand kan spreken en schrijven als een engel, maar zijn daden kunnen lijken op die van een gevallen duivel. Ware karakters zijn niet iets wat van buitenaf gevormd of aangetrokken wordt, maar iets wat van binnenuit uitstraalt. Als ware goedheid, zuiverheid, zachtmoedigheid, nederigheid en rechtvaardigheid in het hart wonen, zal dat zich weerspiegelen in het karakter; en zo'n karakter is vol kracht. — The Review and Herald, May 17, 1887.
Heiligheid van het hart
16 za
Onvoorwaardelijke overgave

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.”

Galaten 2:20

God accepteert niets minder dan onvoorwaardelijke overgave. Halfslachtige, zondige christenen kunnen de hemel nooit binnengaan. Daar zouden ze geen geluk vinden; want ze kennen niets van de hoge, heilige principes die de leden van het koninklijk huis beheersen.

De ware christen houdt de vensters van zijn ziel open naar de hemel. Hij leeft in gemeenschap met Christus. Zijn wil is in overeenstemming met de wil van Christus. Zijn grootste verlangen is om steeds meer op Christus te lijken.

Ernstig en onvermoeibaar moeten we ernaar streven Gods ideaal voor ons te bereiken. Niet als boetedoening, maar als de enige manier om ware gelukzaligheid te verkrijgen. De enige weg naar vrede en vreugde is een levende verbinding met Hem die Zijn leven voor ons gaf, die stierf opdat wij zouden leven, en die leeft om Zijn kracht te verenigen met de inspanningen van hen die ernaar streven te overwinnen.

Heiligheid is voortdurende overeenstemming met God. Zullen we er niet naar streven te zijn wat Christus zo vurig van ons verlangt – christenen in daad en in waarheid – zodat de wereld in ons leven een openbaring van de reddende kracht van de waarheid mag zien? Deze wereld is onze voorbereidende school. Hier zullen we beproevingen en moeilijkheden tegenkomen. De vijand van God zal voortdurend proberen ons van onze trouw af te brengen. Maar zolang we vasthouden aan Hem die Zichzelf voor ons heeft gegeven, zijn we veilig.

De hele wereld werd in de omhelzing van Christus opgenomen. Hij stierf aan het kruis om hem die de macht over de dood had te vernietigen en de zonde van elke gelovige ziel weg te nemen. Hij roept ons op onszelf te offeren op het altaar van dienstbaarheid, een levend, verterend offer. We moeten God onvoorwaardelijk alles toewijden wat we hebben en zijn.

In deze aardse school leren we de lessen die ons voorbereiden op de hogere school, waar onze opvoeding zal worden voortgezet onder de persoonlijke leiding van Christus. Dan zal Hij ons de betekenis van Zijn Woord openbaren. Zullen we ons in de paar dagen van proeftijd die ons nog rest, niet gedragen als mannen en vrouwen die streven naar leven in het koninkrijk van God, ja, naar een eeuwigheid van gelukzaligheid? — The Review and Herald, May 16, 1907.
15 vr
Stap voor stap

“En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.”

Mattheus 25:21

O, hoeveel mensen wachten op een kans om een groots werk van zelfopoffering te verrichten, terwijl ze de kleine dagelijkse beproevingen die God hen geeft om te testen, over het hoofd zien? Het zijn de kleine dingen in het leven die de geest van mannen en vrouwen vormen en hun karakter bepalen. Deze kleinigheden mogen niet worden verwaarloosd, terwijl de mens tegelijkertijd voorbereid moet zijn op de zware beproevingen die op hem afkomen.

De vorming van je karakter is nog lang niet voltooid. Elke dag wordt er een goede of een slechte steen in het bouwwerk geplaatst. Je bouwt ofwel scheef, ofwel met precisie en correctheid, waardoor je een prachtige tempel voor God bouwt. Zoek daarom niet naar grote kansen en verwaarloos de kleine kansen van het heden om kleine daden van vriendelijkheid te verrichten. In woorden, in toon, in gebaren, in blikken, kun je de geest van Jezus weerspiegelen. Wie deze kleine dingen verwaarloost en zichzelf wijsmaakt dat hij klaar is om wonderbaarlijke dingen voor de Meester te doen, loopt het risico volledig te falen.

Het leven bestaat niet uit grote offers en wonderbaarlijke prestaties, maar uit kleine dingen. Vriendelijkheid, liefde en hoffelijkheid zijn de kenmerken van een christen. Je moet de kostbare eigenschappen koesteren die in het karakter van Jezus aanwezig waren. Laten we in onze omgang met elkaar altijd bedenken dat er hoofdstukken in andermans leven zijn die verborgen blijven voor sterfelijke ogen. Er zijn droevige verhalen die geschreven staan in de boeken van de hemel, die heilig bewaard worden voor nieuwsgierige blikken. Daar staan lange, zware gevechten met moeilijke omstandigheden opgetekend, die zich in de huizen van mensen voordoen en die dag na dag de moed, het geloof en het vertrouwen ondermijnen, totdat het mannelijkheid zelf lijkt te wankelen. Maar Jezus weet het allemaal en Hij vergeet het nooit. Voor zulke mensen zijn woorden van vriendelijkheid en genegenheid net zo welkom als de glimlach van engelen. Een stevige, helpende handdruk van een ware vriend is meer waard dan goud en zilver. Het helpt hem zijn mannelijkheid terug te vinden. — Letter 16, May 15, 1886, to two physicians at the St. Helena Sanitarium.
14 do
De barmhartige christen

“…de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets.”

Johannes 14:30

In al Zijn levensgewoonten gaf de Heiland een voorbeeld van hoe God Zijn kerk op aarde wil laten zijn. Vertel dit aan de mensen. Christus wil Zijn kerk voor de Vader presenteren zonder vlek of smet.

Vanaf Zijn vroegste jeugd leefde de Heiland in armoede. Zijn kindertijd bracht Hij door met hard werken. Werkend aan de timmermansbank, de lasten dragend die Hem als lid van het gezin toekwamen, werd Hij vaak moe. Hij leefde in een corrupte tijd. Toch werd Hij niet gecorrumpeerd door het kwaad dat Hem omringde, niet beïnvloed door de karakters van degenen die kunstmatig en goddeloos waren. In de open velden en te midden van de natuur vond Hij rust van de arbeid en voedsel voor zijn geestelijk leven. Door onder de oppervlakte te kijken, vergaarde Hij kennis uit de mysteries van de natuur die Hem vervulden met vrede en vreugde.

Tijdens de jaren van Zijn openbare bediening werd de Heiland voortdurend in de gaten gehouden door listige en hypocriete mensen. Spionnen zaten Hem constant op de hielen om iets uit Zijn mond te vangen dat ze konden gebruiken om vooroordelen tegen Hem te zaaien. Steeds weer probeerden ze Hem schuldig te verklaren. Soms zetten ze valstrikken voor Hem door Hem vragen te stellen, waarvan ze hoopten de antwoorden te gebruiken om Hem door het volk veroordeeld te laten worden. Maar bij elke poging werden ze gedwongen zich beschaamd terug te trekken; hun daden werden in hun ware licht onthuld door de antwoorden van Christus. De woorden van de Heiland toonden een kracht van waarheid aan de menigte die luisterde. Zelfs de mannen die waren uitgezonden om Zijn daden te bespioneren, moesten aan hun opdrachtgevers terugbrengen met de woorden: “…Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.” (Johannes 7:46)

Laat jouw gesprekken vol genade zijn, want Christus luistert naar de woorden die jij spreekt. Laat mededogen voor elkaar verweven zijn met alles wat je zegt, dan zul je het karakter van Christus openbaren. Christus' gedrag was zachtmoedig en bescheiden. Als Zijn volgelingen moeten wij deelhebben aan Zijn wezen. We moeten dagelijks leren van de grote Leraar, zodat de atmosfeer rondom onze ziel gevuld mag zijn met geestelijk leven. — Letter 158, May 14, 1908, to Edson White.
13 wo
Liefdevol gehoorzamen

“Indien gij Mijn geboden bewaart, zo zult gij in Mijn liefde blijven; gelijkerwijs Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb, en blijf in Zijn liefde.”

Johannes 15:10

Christus hecht grote waarde aan de gehoorzaamheid van Zijn volk aan de geboden van God. Zij moeten deze geboden goed kennen en ze in hun dagelijks leven toepassen. De mens kan de geboden van God alleen naleven als hij in Christus is en Christus in hem. En het is onmogelijk voor hem om in Christus te zijn en Zijn geboden te kennen, terwijl hij de kleinste ervan negeert. Door standvastige, gewillige gehoorzaamheid aan Zijn woord tonen zij hun liefde voor de Gezondene van God.

De geboden van God niet naleven is Hem niet liefhebben. Niemand zal de wet van God naleven, tenzij hij Hem liefheeft die de Eniggeborene van de Vader is. En bovendien, als zij Hem liefhebben, zullen zij die liefde tonen door Hem te gehoorzamen. Allen die Christus liefhebben, zullen door de Vader geliefd worden, en Hij zal Zich aan hen openbaren. In al hun nood en moeilijkheden zullen zij een helper hebben in Jezus Christus.

Dat Christus Zich aan hen zou openbaren en toch onzichtbaar zou blijven voor de wereld, was een raadsel voor de discipelen. Zij konden de woorden van Christus niet in hun geestelijke betekenis begrijpen. Zij dachten aan de uiterlijke, zichtbare manifestatie. Zij konden niet bevatten dat zij de aanwezigheid van Christus bij zich konden hebben, terwijl Hij toch onzichtbaar zou zijn voor de wereld. Zij begrepen de betekenis van een geestelijke manifestatie niet.

De grote Leraar verlangde ernaar de discipelen alle mogelijke aanmoediging en troost te geven, want zij zouden zwaar beproefd worden. Maar het was moeilijk voor hen Zijn woorden te begrijpen. Zij moesten nog leren dat het innerlijke geestelijke leven, doordrenkt met de geur van gehoorzaamheid en liefde, hen de geestelijke kracht zou geven die zij nodig hadden.

Het beeld van God moet in de mensheid gegrift en weerspiegeld worden. Het koude hart moet tot leven gewekt worden en gloeien van goddelijke liefde – een liefde die klopt in verbondenheid met de liefde die de Verlosser voor u heeft getoond.

Zolang er geen beproevingen komen die het volk van God verstoren, zal het geloof van dat volk nooit gekend worden, noch de kracht van het anker dat de menselijke boot veilig houdt. — Manuscript 44, May 13, 1897, “Christ’s Representatives.”
12 di
Vraag, geloof, claim

“Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.”

Spreuken 12:22

Ik heb een taak te vervullen en door de genade van Christus zal ik die volbrengen. Mijn enige zorg gaat uit naar hen die veel gemakkelijker geneigd zijn een leugen te geloven dan de waarheid. Wat kan ik voor hen doen? Wat kan ik doen om hen te redden, zodat zij geen leugen zullen vertellen, noch de leugen zullen liefhebben nadat die is verteld? Het enige wat ik kan doen, is Jezus, de kostbare Verlosser, aan hen voor te stellen als hun voorbeeld. Als zij Jezus liefhebben, zullen zij rein, onschuldig en onbevlekt zijn. Zij zullen zich omringen met een atmosfeer van geloof in plaats van twijfel, scepsis en ongeloof. Zij zullen spreken over Jezus, over de hemel, over de plichten van de christen, de geestelijke strijd van de christen en hoe zij de machten van Satan met succes kunnen weerstaan. Zij zullen niet als gieren zijn die zich storten op wat zij beschouwen als de gebreken van anderen.

O, dat Jezus aan hen geopenbaard mocht worden! O, dat zij ervan zouden houden Zijn onvergelijkbare charmes te aanschouwen! O, dat hun harten zouden leren van Zijn liefde, dan zouden wij niet onwetend zijn van Satans listen. Onze wapens zouden gericht zijn tegen onze dodelijkste vijanden. We zouden door geloof het zuivere licht zien; de ogen van hemelse engelen die vol liefde op ons gericht zijn om onze toewijding te betuigen. We zouden door geloof Satan zien waken over elke misstap – alles wat hij tegen ons zou kunnen gebruiken, misbruik makend van ons gebrek aan eenheid en liefde, de kromme wegen bewandelend en met triomfantelijke vreugde deze beschuldigend voor de engelen van God.

Hoewel we machteloos zijn om de werking van zonde en Satan te stoppen, is er hulp geboden. Vraag en je zult ontvangen. Twee of drie zullen de belofte claimen, als ze iets in Zijn naam vragen, zal Hij het doen. Hem zal geraadpleegd worden om deze dingen voor ons te doen.

O, mijn broeder, voel je niet zo onafhankelijk dat je geen hulp zult vragen aan de Enige die je de hulp kan bieden die je nodig hebt om de valstrik van Satan te verbreken. Je moet waakzaam, ijverig, trouw en oprecht zijn; nederig en vol vertrouwen, vol tederheid en mededogen.

Begin het werk in je eigen hart en leid dan, met een hart dat gedoopt is met de Geest van Christus, je kinderen naar het Lam van God. — Letter 11, May 12, 1883, to a layman in California.
11 ma
De Weg, de Waarheid, het Leven

“Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.”

Johannes 15:7

Velen verheffen zich boven de eenvoud van Jezus Christus en denken dat ze iets groots moeten doen om Gods werk te verrichten. Vergankelijke zaken eisen de aandacht van anderen op, waardoor ze weinig tijd of aandacht overhouden voor eeuwige waarheden. Vermoeid door zorgen die hun gedachten afleiden van geestelijke zaken, vinden ze geen tijd voor gemeenschap met God. Ze vragen zich voortdurend af: Hoe kan ik tijd vinden om Gods Woord te bestuderen en ernaar te leven?

Christus kent de moeilijkheden waarmee ieder mens worstelt, en Hij zegt: “Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft. Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.” (Johannes 15:4,5)

Onze eerste en belangrijkste plicht is te weten dat we in Christus blijven. Hij moet het werk doen. We moeten ernaar streven te weten “Wat de Heer zegt”, en ons leven aan Zijn leiding overgeven. Wanneer we de Geest van een blijvende Christus hebben, zal alles een andere betekenis krijgen. Alleen de Heiland kan ons de rust en vrede geven die we zo hard nodig hebben. En in elke uitnodiging die Hij ons geeft om de Heer te zoeken, opdat Hij in ons gevonden mag worden, roept Hij ons op om in Hem te blijven. Dit is een uitnodiging, niet alleen om tot Hem te komen, maar om in Hem te blijven. Het is de Geest van God die ons ertoe beweegt te komen. Wanneer we deze rust en vrede hebben, zullen onze dagelijkse zorgen ons er niet toe brengen grof, ruw en onbeleefd te zijn. We zullen niet langer onze eigen weg en wil volgen. We zullen Gods wil willen doen, in Christus blijvend als de ranken aan de wijnstok.

Christus verklaart Zichzelf “…Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven.” (hoofdstuk 14:6). De weg naar de hemel wordt voorgesteld als een smal pad, aangelegd voor de verlosten van de Heer om te bewandelen. Maar de waarheid verlicht dit pad bij elke stap.

Verlossing betekent voor ons een volledige overgave van ziel, lichaam en geest. Vanwege de onstuimige elementen van onze natuur krijgen onze hartstochten vaak de overhand. De enige hoop voor de zondaar is ophouden met zondigen. Zo zal zijn wil in overeenstemming zijn met de wil van Christus. Zijn ziel zal in gemeenschap met God komen. — Manuscript 73, May 11, 1899, “Abide in Me.”
10 zo
Levend zijn voor God

“Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.”

Mattheus 10:32-33

Hoe zit het? Belijden we Christus in ons dagelijks leven? Belijden we Hem in onze kleding, door ons te tooien met eenvoudige en bescheiden gewaden? Is onze versiering die van een zachtmoedige en stille geest, die zo kostbaar is in Gods ogen? Streven we ernaar de zaak van de Meester te bevorderen? Is de scheidslijn tussen u en de wereld duidelijk, of probeert u de mode van deze verdorven tijd te volgen? Is er geen verschil tussen u en de wereldling? Werkt dezelfde geest in u die werkt in de kinderen van ongehoorzaamheid?

Als we christenen zijn, zullen we Christus volgen, ook al gaat het pad dat we bewandelen dwars door onze natuurlijke neigingen heen. Het heeft geen zin u te vertellen dat u dit of dat niet mag dragen, want als de liefde voor deze ijdele dingen in uw hart is, zal het afleggen van uw versieringen slechts zijn als het afsnijden van het loof van een boom. De neigingen van het natuurlijke hart zullen zich opnieuw doen gelden. U moet een eigen geweten hebben.

O, zouden we niet vergeten dat Christus arm werd, opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden? Zouden we dan niet Zijn naam eren en Zijn zaak bevorderen? We moeten in Hem blijven zoals de rank in de wijnstok blijft. Jezus zegt: “Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen. …Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.” (Johannes 15:5-8)

Als we dit gebod van onze Heer zouden naleven, zou de situatie in onze kerken er heel anders uitzien en zouden we weten wat het is om de diepe werking van de Geest van God te ervaren. Wat we willen, is dat de bijl aan de wortel van de boom wordt gelegd. We willen dood zijn voor de wereld, dood voor onszelf en levend voor God. Ons leven moet verborgen zijn met Christus in God, opdat wij, wanneer Hij verschijnt, ook met Hem in heerlijkheid mogen verschijnen. We moeten dichter bij Christus komen, zodat de mensen weten dat we met Christus zijn geweest en van Hem hebben geleerd. Houd je blik op Christus gericht. Streef in nederigheid naar nabijheid tot God. Belijd Christus in woorden, in daden, in je leven. — The Review and Herald, 10 mei 1892.
9 za
Een waarschuwende droom

“Wee dien, die zijn naaste te drinken geeft, gij, die uw wijnfles daarbij voegt, en ook dronken maakt”

Habakuk 2:15

Ik droomde dat ik me afvroeg waarom u zo ver van huis en gezin was, en waarom u op de Sabbat niet naar het huis van God ging en niet bij de gebedsbijeenkomst aanwezig was. Even later was ik aan boord van uw boot. Er was een vrolijke groep mannen, die praatten, lachten, grappen maakten en kaart speelden. U was één met hen. Ik zag de tafels gedekt met heerlijk eten, dat de bedorven eetlust van het gezelschap zeker zou stillen. Ik hoorde hen om drank vragen.

Verbaasd keek ik op en hoorde uw stem, _____ _____, een belijdend discipel van Christus, die openlijk uitkeek naar Zijn verschijning en ernaar verlangde, zeggen: “Hier, heren.” Er werd wijn van verschillende soorten voor hen neergezet, en ze dronken ervan, en u dronk met hen mee.

De jongeman die mij zo vaak mijn dromen heeft uitgelegd, sprak u aan en zei: “Eten en drinken met de dronkaard. Wie heeft die flessen drank gekocht?” Je zei: “Ik heb ze gekocht, want ik kon geen reisgenoten vinden tenzij ik hun verlangens in dit opzicht bevredigde.”

Dit is voldoende bewijs dat je God niet behaagt en dat je jezelf op Satans terrein van verleiding plaatst. Je brengt een vreselijk offer om je buitensporige liefde voor het water te bevredigen. Als dit je keuze is voordat je het werk doet dat God van je verlangt, zul je niet lang meer op deze weg mogen voortgaan. Je zult beide werelden verliezen.

Sinds deze droom heb ik er nog een gehad. Ik droomde dat je weer tabak gebruikte. Ik dacht dat je deze ellendige gewoonten, die je ooit had overwonnen, weer oppakte en dat je stap voor stap terugkeerde naar de duisternis, je ziel verkopend op een goedkope markt. Maar ik vraag je nu, _____ _____, wat ben je van plan te doen? Je verkeert in groot gevaar.

Ik waarschuw u, zoals een moeder haar zoon zou waarschuwen, om die dingen te vermijden die uw moraal in gevaar brengen en u in ongenade storten door het koesteren van verdorven lusten. Ik vertrouw u deze paar pagina's toe als een gezant van Christus. Pas op dat u zich niet van deze waarschuwing afkeert. Met liefde, Ellen G. White. — Letter 5, May 9, 1877.
8 vr
Voorbereiding op de hemel

“Want wie onderscheidt u? En wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen? En zo gij het ook ontvangen hebt, wat roemt gij, alsof gij het niet ontvangen hadt?”

1 Corinthiërs 4:7

Het is opdat de mens een leven mag verkrijgen dat in overeenstemming is met het leven van God, dat de Heer zijn wereldse ambities verbreekt. Want als die zijn geest zouden beheersen, zouden ze hem ongeschikt maken voor de toekomstige wereld.

God stelt ieder van ons op de proef. Hij vertrouwt ons talenten toe om te zien of we er volkomen onzelfzuchtig mee omgaan. Hij zegt het ons duidelijk: “Die getrouw is in het minste, die is ook in het grote getrouw” (Lucas 16:10) “En zo gij in eens anders goed niet getrouw zijt geweest, wie zal u het uwe geven?” (vers 12)

Laten we niet vergeten dat we beproefd zullen worden door de wetten van Christus' koninkrijk. We zijn niet van onszelf om met onszelf te doen wat we willen. We zijn gekocht met een prijs, en de wetten van Christus' koninkrijk, de tien heilige geboden, vormen de maatstaf waaraan we moeten voldoen. God is na-ijverig op Zijn wet. Hij beproeft ieder mens om te zien of hij gehoorzaam zal zijn of niet.

De mens heeft gezondigd, en de dood is de straf voor de zonde. Christus heeft de straf gedragen en de mens een periode van beproeving verzekerd. In deze tijd van beproeving leven wij nu. Ons is de gelegenheid geboden om onze waarde te bewijzen in de ogen van Hem die Zijn eniggeboren Zoon gaf, opdat wij niet verloren zouden gaan, maar eeuwig leven zouden hebben.

Eén is onze Meester, namelijk Christus. Wij moeten bedenken dat wij Zijn door bloed verworven erfgoed zijn. Gods wil moet onze wil worden. Lichamelijke, geestelijke en geestelijke gaven zijn ons toevertrouwd. In de Bijbel wordt Gods wil duidelijk bekendgemaakt. God verwacht van ieder mens dat hij zijn gaven gebruikt op een manier die hem een grotere kennis van Gods dingen geeft en hem in staat stelt zich te verbeteren, steeds verfijnder, edeler en gezuiverder te worden.

In deze wereld moeten mannen en vrouwen zich voorbereiden om hun plaats in te nemen in de hemelse adel. In deze wereld moeten zij zich voorbereiden op de opname in de hemelse hoven. Zij die dit werk oppakken zoals de Bijbel voorschrijft, zullen door de genade van Christus een voorbeeld worden van hoe allen moeten zijn die door de poorten de stad binnengaan. — Letter 80, May 8, 1903, to Dr. J. H. Kellogg.
7 do
Recept voor een goede gezondheid

“Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.”

1 Corinthiërs 10:31

De Heer vraagt Zijn boodschappers niet om de mooie waarheden van de gezondheidshervorming zo te presenteren dat ze de gedachten van anderen beïnvloeden. Laat niemand struikelblokken plaatsen op de weg van hen die in de duisternis van onwetendheid verkeren. Presenteer de principes van matigheid in hun meest aantrekkelijke vorm. Laat allen die pleiten voor gezondheidshervorming zich ernstig inspannen om er alles van te maken wat ze beweren.

De kwestie van voeding moet geduldig bestudeerd worden. We hebben kennis en wijs oordeel nodig om verstandig te handelen in deze zaak. De wetten van de natuur moeten niet worden weerstaan, maar gehoorzaamd. De gezondheid verdient zorgvuldige aandacht. Sommigen onthouden zich gewetensvol van het eten van ongezond voedsel, en eten tegelijkertijd geen voedsel dat de noodzakelijke elementen levert voor een goede voeding van het lichaam. Geef nooit een getuigenis af tegen de gezondheidshervorming door na te laten gezond en smakelijk voedsel te leveren ter vervanging van de schadelijke voedingsmiddelen die we hebben afgedankt.

Er moet veel tact en discretie worden betracht bij het bereiden van voedsel ter vervanging van wat het dieet van veel gezinnen vormde. Dit werk vereist zowel geloof, oprechtheid als eensgezinde inspanning van iedereen, anders zal de zaak van de gezondheidshervorming in diskrediet raken. We zijn allemaal sterfelijk en moeten onszelf voorzien van smakelijk en gezond voedsel. Wie niet hygiënisch kan koken, moet leren goede ingrediënten zo te combineren dat er smakelijke gerechten ontstaan.

Laten we verstandige stappen zetten om ons dieet te vereenvoudigen. In Gods voorzienigheid produceert elk land voedsel dat de nodige voedingsstoffen bevat voor de opbouw van het lichaam. Hier kunnen gezonde en smakelijke gerechten van gemaakt worden.

Zonder voortdurend vindingrijkheid te tonen, kan niemand ooit uitblinken in gezond koken. Maar allen wiens hart openstaat voor indrukken en suggesties van de grote Leraar zullen groeien in kennis en vaardigheid. Zij zullen veel leren en zullen ook anderen kunnen onderwijzen, want Christus zal vaardigheid en inzicht schenken. — Letter 177, May 7, 1901, to the brethren and sisters of the Iowa Conference.
6 wo
Essentiële elementen van verlossing

“Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts.”

Efeziërs 5:8

Hij die het licht uit de duisternis deed schijnen, werpt licht in de geest van ieder die Hem op de juiste wijze aanschouwt, Hem boven alles liefheeft en onwankelbaar geloof en vertrouwen in Hem toont. Zijn licht schijnt in de kamers van de geest en in de tempel van de ziel. Het hart wordt vervuld met het licht van de kennis van de heerlijkheid die straalt in het gelaat van Jezus Christus. En met dit licht komt geestelijk onderscheidingsvermogen.

Door ons gewillig over te geven aan het bewijs van de waarheid en te wandelen in het licht dat op ons pad schijnt, ontvangen we nog groter licht. Door de kracht van de openbaring van goddelijke heerlijkheid groeien we voortdurend in geestelijk inzicht.

Christus' kennis van de waarheid was direct, positief en zonder schaduw. Hoe nauwer iemand Jezus Christus kent, hoe zorgvuldiger hij zijn medemensen zal behandelen met respect, hoffelijkheid en rechtvaardigheid. Hij heeft Christus leren kennen en volgt Zijn voorbeeld in woord en daad. Door het geloof is hij met Christus verenigd. “Want wij zijn Gods medearbeiders” (1 Korintiërs 3:9)

Christus bad om eenheid onder zijn volgelingen. Deze eenheid is het bewijs dat de wereld ervan moet overtuigen dat God zijn Zoon gezonden heeft om zondaren te redden. Wij dienen Christus door ware, pure en heilige liefde voor elkaar te tonen. Zij die uitverkoren zijn om verbonden te zijn met de instellingen van de Heer, moeten toegewijde, zelfverloochenend en zelfopofferende mannen zijn, die niet leven om zichzelf te behagen, maar om de Meester te behagen. Dit zijn de mannen die de instellingen van de Heer eer zullen bewijzen.

Kennis van God en van Christus is absoluut essentieel voor het heil. We verliezen elke dag veel doordat we niet meer leren over de zachtmoedigheid en nederigheid van Christus. Zij die Christus leren kennen, ontvangen de allerhoogste vorm van onderwijs. Door geloof en vertrouwen op de reddende genade van Christus, nemen zij toe in kennis en wijsheid. Zij beminnen en prijzen de Heiland.

Zij die gered zijn, moeten er in dit leven een dagelijkse taak van maken om Gods genade te ontvangen, niet om die uit zelfzucht te hamsteren, maar om die te delen tot zegen van hen die met hen verbonden zijn, om hen te helpen een geestelijke opvoeding te krijgen. — Letter 191, May 6, 1901, to W. L. Hoover.
5 di
Zonde uitbannen

“Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.”

Spreuken 28:13

Voor een Babylonisch gewaad en een schamele schat aan goud en zilver stemde Achan ermee in zichzelf aan het kwaad te verkopen, de vloek van God over zijn ziel af te roepen, zijn recht op een rijk bezit in Kanaän te verspelen en elk vooruitzicht op een toekomstige, onsterfelijke erfenis op een vernieuwde aarde te verliezen.

Zo groot was zijn moed en volharding geweest, dat Jozua zelfs op het allerlaatste moment vreesde dat hij zijn onschuld zou belijden en zo de sympathie van de gemeente zou winnen en hen ertoe zou brengen God te onteren. Hij zou niet hebben bekend als hij niet had gehoopt daarmee de gevolgen van zijn misdaad af te wenden. Het was deze hoop die leidde tot zijn ogenschijnlijke openhartigheid in het erkennen van zijn schuld en het vertellen van de details van de zonde. Op deze manier zullen schuldigen bekennen wanneer ze veroordeeld en hopeloos voor Gods rechterstoel staan, wanneer elke zaak is beslist over leven of dood. Bekentenissen die dan worden afgelegd, zullen te laat zijn om de zondaar te redden.

Er zijn veel zogenaamde christenen wier zondebelijdenissen lijken op die van Achan. Ze erkennen in algemene zin hun onwaardigheid, maar weigeren de zonden te belijden waarvan de schuld op hun geweten rust en die Gods afkeuring over Zijn volk hebben gebracht. Zo verbergen velen zonden van zelfzucht, machtswellust, oneerlijkheid jegens God en hun naaste, zonden binnen het gezin en vele andere zonden die het gepast is om in het openbaar te belijden.

Echte bekering komt voort uit het besef van het aanstootgevende karakter van de zonde. Deze algemene belijdenissen zijn niet het resultaat van ware nederigheid van de ziel voor God. Ze laten de zondaar achter met een zelfgenoegzame geest, waardoor hij gewoon doorgaat zoals voorheen, totdat zijn geweten verhardt en waarschuwingen die hem ooit opwekten, nauwelijks nog een gevoel van gevaar oproepen. Na verloop van tijd lijkt zijn zondige levenswandel juist. Veel te laat zullen zijn zonden hem inhalen, op die dag dat ze niet meer door offer of offergave voor eeuwig gereinigd zullen worden. Er is een groot verschil tussen het erkennen van feiten nadat ze bewezen zijn, en het belijden van zonden die alleen wijzelf en God kennen. — The Signs of the Times, May 5, 1881.
4 ma
De zegen van arbeid

“En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben; Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van node hebt.”

1 Tessalonicenzen 4:11-12

Velen beschouwen werk als een vloek, afkomstig van de vijand van de ziel. Dit is een misvatting. God gaf arbeid aan de mens als een zegen, om zijn geest bezig te houden, zijn lichaam te versterken en zijn vermogens te ontwikkelen. Adam werkte in de Hof van Eden en vond in mentale en fysieke activiteit de grootste genoegens van zijn heilige bestaan. Toen hij door zijn ongehoorzaamheid uit dat prachtige huis werd verdreven en gedwongen werd te worstelen met een harde grond om zijn dagelijkse brood te verdienen, was juist die arbeid een verademing voor zijn bedroefde ziel, een bescherming tegen verleiding.

Verstandige arbeid is onmisbaar voor zowel het geluk als de voorspoed van ons menselijk ras. Het maakt de zwakken sterk, de angstige dapper, de armen rijk en de ellendigen gelukkig. Onze verschillende taken zijn afgestemd op onze verschillende vermogens, en God verwacht overeenkomstige resultaten voor de talenten die Hij aan Zijn dienaren heeft gegeven. Het is niet de omvang van de talenten die men bezit die de beloning bepaalt, maar de manier waarop ze worden gebruikt – de mate van trouw waarmee de plichten van het leven worden vervuld, groot of klein.

Luiheid is een van de grootste vloeken die een mens kan treffen; want ondeugd en misdaad volgen haar op de voet. Satan ligt in een hinderlaag, klaar om degenen die onbewaakt zijn te verrassen en te vernietigen, wier vrije tijd hem de gelegenheid biedt zich in hun gunst te werken, onder een aantrekkelijke vermomming. Hij is nooit succesvoller dan wanneer hij mensen benadert in hun vrije uren.

De grootste vloek die rijkdom met zich meebrengt, is het heersende idee dat werken vernederend is. “Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet.” (Ezechiël 16:49) Hier worden ons, in de woorden van de Heilige Schrift, de verschrikkelijke gevolgen van luiheid voorgeschoteld. Dit was de oorzaak van de ondergang van de steden in de vlakte. Ledigheid verzwakt de geest, onteerdt de ziel en verdraait het verstand, waardoor wat als een zegen werd gegeven, in een vloek verandert. — The Signs of the Times, 4 mei 1882.
De zegen van arbeid
3 zo
Hemelse uitnodiging

“Want een iegelijk, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.”

Lukas 14:11

Laat niemand zichzelf verheffen door over zichzelf te praten, zijn bekwaamheden te prijzen, zijn kennis te etaleren en zelfingenomenheid te koesteren. Laat niemand het werk van anderen afbreken die niet volgens zijn maatstaf werken. De hemelse Leraar nodigt ons uit: “Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.” (Mattheüs 11:28-30) Christus was nooit zelfverzekerd, bekrompen of zelfingenomen. Hij verklaarde: “…De Zoon kan niets van Zichzelven doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen; want zo wat Die doet, hetzelve doet ook de Zoon desgelijks.” (Johannes 5:19)

Niemand heeft het recht zichzelf als zijn eigendom te beschouwen. En niemand bezit iets goeds dat hij zijn eigendom kan noemen. Ieder mens, alles, is eigendom van de Heer. Alles wat de mens ontvangt uit de overvloed van de hemel, behoort nog steeds de Heer toe. Alles wat we bezitten dat waardevol is, moeten we gebruiken ten bate van onze medemens, zodat zij waardevolle werkers kunnen worden. Elke energie, elke gave, is een talent dat moet bijdragen aan Gods glorie door in Zijn dienst te worden gebruikt. Onze door God gegeven talenten mogen niet voor zelfzuchtige doeleinden worden ingezet. We moeten altijd bereid zijn om te delen, anderen alles te laten weten wat we weten; en we moeten ons verheugen als zij in hun werk een energie en intelligentie ontwikkelen die groter is dan die van ons.

Gods gaven mogen niet worden gebruikt voor zelfverheerlijking, maar moeten worden uitgewisseld, zodat Hij de zijnen met rente ontvangt. Laat niemand proberen grootheid, geluk of zelfbevrediging te verkrijgen door de krachten waarmee hij is begiftigd, te misbruiken voor hun juiste doel; Want door dat te doen, onteert hij de Gever en schiet hij tekort in het vervullen van het doel waarvoor hij geschapen is. Al onze krachten komen van God en behoren tot Zijn eer gebruikt te worden.

Niemand heeft ook maar de geringste reden om te pochen. Niemand heeft enige reden om zichzelf te verheerlijken of te verheffen, zelfs niet wanneer men zijn uiterste best doet. — Letter 10, May 3, 1884, to a pioneer minister in Denmark.
2 za
Succes behalen door Christus

“En nu, broeders, ik bevele u Gode, en den woorde Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.”

Handelingen 20:32

De kennis van de weg van de Heer neemt toe en zal blijven toenemen. Ketterij en bijgeloof hullen de wereld in de rouwgewaden van rebellie en overtreding. Literatuur en goedkope fictie van allerlei aard worden verspreid als herfstbladeren, en de geesten van duizenden zijn zo in beslag genomen door goddeloze, goedkope rommel dat er geen plaats meer is voor degelijk lezen. Het Woord van God en alles wat de mens uit zijn vernedering zou kunnen verheffen, wordt met onverschilligheid voorbijgegaan.

Maar het Woord van God bevat de waarheid, en allen die de waarheid van God in deze tijd verdedigen, doen hun werk voor deze tijd en voor de eeuwigheid. Zij die het Woord van God in hun gedachten en harten brengen, kiezen duidelijk de kant van God en het hemelse universum. Zij zullen hart aan hart en hand in hand staan ter verdediging van het heilige en het zuivere, dat wat de tand des tijds zal doorstaan. Zij die dwaling steunen met woord, pen en stem, en die degenen die met de waarheid verbonden zijn onderdrukken, staan aan de andere kant, samen met de eerste grote afvallige en de boosaardige mensen die zijn handlangers zijn. Het Woord verklaart over hen dat zij “zullen tot erger voortgaan, verleidende en wordende verleid.” (2 Timotheüs 3:13) En aan een van deze twee kanten zullen mensen tot het einde toe zwoegen.

Al onze krachten behoren God toe. Ze zijn Hem door de schepping en door de verlossing gegeven. God heeft ieder Zijn mate van kracht gegeven, en Hij verwacht van ieder dat hij die aan de kant van de waarheid zet. Zo moet die kracht schijnen. De christen moet met onverdeelde aandacht aan de kant van de Heer staan. “En nu blijft geloof, hoop en liefde” (1 Korinthe 13:13) Geloof ziet door ontmoedigende moeilijkheden heen en grijpt het onzichtbare, zelfs de Almacht, aan; daarom kan het niet worden gefrustreerd. Geloof, hoop en liefde zijn gezusters, en hun werken vloeien perfect samen om te schijnen te midden van de morele duisternis van de wereld. De kinderen en de jongeren moeten worden onderwezen, de onwetenden moeten door geduldige inspanning leren wat de waarheid is. Het moet hun regel voor regel worden gegeven. — Manuscript 46, May 2, 1897, “The Entrance of Thy Word Giveth Light.”
1 vr
Ellen White's investeringen

“Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maakt uzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft.”

Lukas 12:33

Geestelijk dagboek “Vandaag de dag met God” - door Ellen G. White

vrijdag, 1 mei: Ellen White's investeringen


Kerntekst Lukas 12:33
“Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maakt uzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft.”

We maken het allemaal goed vanmorgen. Gisteravond kwamen meneer en mevrouw A op bezoek. We hebben gezellig gepraat. Het gesprek ging over bankaandelen, over hoeveel mensen rijk werden door hun geld te investeren. Sommigen leden ook verliezen. Zo bespraken meneer en mevrouw A, en zuster B en C de verliezen en winsten.

“Nu,” zei mevrouw A, “moet mevrouw White iets zeggen. Ze moet ons vertellen wat ze ervan vindt. Ze heeft nog geen woord gezegd.”

“Nou,” zei ik langzaam, “ik investeer al jaren in bankaandelen en heb geen verlies geleden. Het heeft me al mijn inleg en een flinke rente opgeleverd.”

Iedereen keek verbaasd op. C glimlachte. Meneer A vroeg: “Waarin hebben jullie geïnvesteerd?”

“In hemelse schatkisten. Ik heb mijn schat al die tijd vooruit naar de hemel gestuurd. De eigenaar van deze hemelse schatkist had mij gewaarschuwd: ‘Verzamel geen schatten op aarde,’ en mij gewezen op het gevaar van grote verliezen. Maar Hij had mij geadviseerd: ‘Verzamel schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze aantasten, en waar dieven niet inbreken en stelen.’ Deze investering is zeker en zal immense winst opleveren.”

Mevrouw A merkte op: “En het zal elke dag rendement opleveren. U hoeft niet te wachten op de schommelingen van de aandelenkoersen. Het is een gegarandeerd rendement; geen gevaar voor verliezen.”

Daarna wensten we hun welterusten en lieten we hen hierover nadenken. Geprezen zij de naam van de Heer voor het dagelijkse bewijs dat onze schat in de hemel is opgeslagen; een kostbare investering. Ik wil elke dag de zekerheid hebben dat Jezus van mij is en ik van Hem. — Letter 20, May 1, 1876.

“Vermaan de rijken in deze wereld dat zij rijk zijn aan goede werken, bereid om te delen en bereidwillig om anderen te geven; zo leggen zij voor zichzelf een goede basis voor de toekomst, zodat zij het eeuwige leven kunnen grijpen.” (1 Timotheüs 6:17-19) Dit is een verstandige en volkomen veilige investering; goede werken worden hier specifiek genoemd en aanbevolen voor onze praktijk, voor uw praktijk. Hier liggen waardevolle winsten. Er is geen gevaar voor mislukking. — Testimonies for the Church 1:693.

April 2026

30 do
Goddelijk voorschrift

“Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen… Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.”

Spreuken 4:20-22

We leven te midden van de gevaren van de laatste dagen. De Geest van God wordt van de aarde teruggetrokken, maar de Heer heeft jou niet verlaten, mijn broeder. Mij is opgedragen je aan te moedigen te geloven dat je leven niet tevergeefs is geweest. Ontwaak, mijn broeder, en de Heer zal je leiden naar het werk dat Hij voor je heeft. Maar behaag de vijand niet langer door toe te geven aan de verleiding tot wanhoop. Laat de waarheid van God voor je ziel zijn als de zon en de levensadem.

Mijn broeder, wil je niet meewerken met de grote Genezer? Het is noodzakelijk dat je je spieren en je zenuwen traint. De handen, de voeten, alle spieren zijn geschapen om te bewegen. En als je deze organen en je denkvermogen niet in verhouding traint, zul je die vitaliteit verliezen die je zou moeten behouden.

De Heer heeft mij opgedragen je te vertellen dat je je lichaamsdelen en je hersenen moet gebruiken. Zoek iets wat je kunt doen en maak er een speciale taak van om je ledematen en je spraakorganen te gebruiken.

Ik herinner me een van onze medewerkers die een aantal jaren geleden in de instelling in St. Helena kwam. Hij was zo zwak dat hij niet uit bed kon komen. De behandelend arts zei tegen me: “Ik zie geen hoop voor hem, tenzij we hem uit bed kunnen krijgen en zijn ledematen en geest op de een of andere manier kunnen gebruiken.” Ik adviseerde de arts om de patiënt over te halen zich aan te kleden voor een korte wandeling, zodat ik hem naar zijn mening over iets kon vragen. Het bleek lastig om hem uit bed te krijgen, maar het lukte, en de volgende dag liep hij weer een stukje verder. Na drie weken had de man geen aansporing meer nodig en kreeg hij al snel weer een goede eetlust voor gezond voedsel. Dat is zeventien jaar geleden, en de man leeft nog steeds, gezond van geest, botten en spieren.

Mijn broeder, je kunt niet zijn wat je fysiek zou moeten zijn, tenzij je de krachten van je wezen gelijkmatig gebruikt. De Heer is je Helper en je God. Hij wil uw zaak in handen nemen en Hij zal met u samenwerken, zolang u uw hersenen, botten en spieren weer in goede conditie brengt. Wilt u dit voorschrift van de grote Geneesheer opvolgen? — Letter 160, April 30, 1907, to Brother and Sister J. A. Starr.
29 wo
Volledige toewijding

“Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.”

Deuteronomium 6:4-5

Engelen werden uit de hemel verdreven omdat ze niet in harmonie met God wilden werken. Ze vielen van hun hoge positie omdat ze verheven wilden worden. Ze waren gekomen om zichzelf te verheerlijken en vergaten dat hun schoonheid en karakter afkomstig waren van de Heer Jezus. Dit feit, dat Christus de eniggeboren Zoon van God was, verdoezelden de [gevallen] engelen en ze kwamen tot de conclusie dat ze Christus niet moesten raadplegen.

Eén engel begon de controverse en zette die voort totdat er rebellie ontstond in de hemelse hoven, onder de engelen. Ze waren verheven vanwege hun schoonheid.

Iedereen zou hieruit een les moeten leren: dat ieder individu God gehoorzaamt. Wanneer ze God met heel hun hart liefhebben, zullen ze wijs zijn tot redding. Ze zullen Zijn wil doen en hun licht zal altijd hun glorie zijn en onverminderd blijven, omdat ze hun Heer erkennen, vrezen en dienen. Het is een plechtige taak voor ieder mens om te beseffen dat hij een dienaar van Jezus Christus is, plechtig beloofd door zijn doopbeloften om zich te bekleden met de gerechtigheid van Christus. Zullen wij het levende voorbeeld van de Heer Jezus navolgen?

Ik heb de opdracht gekregen dat ieder gelovige waakzaam moet zijn in gebed, opdat hij niet faalt in de strijd van het christelijke leven. Ieder mens moet dagelijks de Heer zoeken met een oprecht hart, 's morgens, 's middags en 's avonds, en zijn gedachten laten rusten op het Woord van God om Zijn eisen te begrijpen.

Het allerbelangrijkste is om de Heer te dienen met een oprecht hart en ernaar te streven om Zijn hart en geest te worden. Allen die tot de Heiland komen voor raad, zullen de hulp ontvangen die ze nodig hebben, als ze in nederigheid komen en met vertrouwen vasthouden aan die belofte: “Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.” (Mattheüs 7:7)

Hef de standaard hoog, beginnend met volledige overgave en voortgaand in de eenvoud van gehoorzaamheid aan alle geboden van de Heer, volgens Zijn specifieke aanwijzingen. Geen van de belangrijke zaken die in Zijn Woord worden genoemd, mag worden verwaarloosd. — Letter 42, April 29, 1910, to Elder D. A. Parsons, a minister in southern California.
28 di
Gids voor de verlossing

“Maar blijft gij in hetgeen gij geleerd hebt, en waarvan u verzekering gedaan is, wetende, van wien gij het geleerd hebt; En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.”

2 Timotheüs 3:14-15

De vele menselijke uitvindingen om het Woord te verklaren, waarbij leerlingen het proberen te begrijpen door middel van de beweringen van geleerden, is een vergissing. God heeft de aanvaarding van het evangelie niet afhankelijk gemaakt van redeneringen. Het evangelie is bedoeld als geestelijk voedsel, om de geestelijke honger van de mens te stillen. In elk geval is het precies wat de mens nodig heeft.

Het Woord van God is het grote leerboek. Maar hoewel velen beweren het te respecteren, plaatsen ze andere boeken erboven. De menselijke rede wordt verheven boven de goddelijke. Moet ik het zo duidelijk stellen en een stellig getuigenis afleggen? Als het Woord van God was beschouwd zoals het altijd had moeten worden beschouwd – als de stem van God tot de mens, de bron van alle wijsheid, alle waarheid, alle hogere educatie – dan zouden kinderen, jongeren en ouders het niet alleen hebben bestudeerd, maar het ook tot hun leraar en hun gids hebben gemaakt, opdat Hij “in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” (Efeziërs 2:7)

“In de toekomende eeuwen.” Wat een geschiedenis zullen die eeuwen zich ontvouwen. Hoe kunnen de kinderen van de wereld volhouden om de hoogten en diepten ten aanschouwen van die eeuwigheid die de apostel ‘de toekomende eeuwen’ noemt? Wat kunnen we weten over die ‘toekomende eeuwen’?

De Bijbel is het leerboek en moet nauwgezet bestudeerd worden – niet zoals we een boek tussen vele andere boeken lezen. Het moet voor ons hét boek zijn dat de behoeften van de ziel vervult. Dit boek zal de mens die het bestudeert en gehoorzaamt, wijs maken tot redding. Zoals voedsel het lichaam niet kan voeden tenzij het gegeten en verteerd wordt, zo kan het Woord van de levende God de ziel niet ten goede komen tenzij het ontvangen wordt als leraar in hogere vormen van onderwijs, boven alle menselijke producten; tenzij de principes ervan gehoorzaamd worden omdat het de wijsheid van God is.

God zal Zijn eigen plan uitvoeren, de mens betrekken bij het grote vaste vermogen van de redding en hem maken tot alles wat Hij beloofd heeft in overeenstemming met Zijn Woord: “Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir.” (Jesaja 13:12) — Manuscript 50, April 28, 1898, “The Jews Require a Sign.”
27 ma
Rechtvaardiging van onze boodschap

“Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen, Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid”

1 Timotheüs 4:1-2

Mij is opgedragen dat de Heer, door Zijn oneindige macht, de rechterhand van Zijn boodschapper meer dan een halve eeuw heeft bewaard, zodat de waarheid kan worden opgeschreven zoals Hij mij opdraagt, voor publicatie in tijdschriften en boeken. Waarom? Omdat, als het niet zo zou worden opgeschreven, er na de dood van de pioniers in het geloof velen zouden zijn die nieuw in het geloof waren en die soms leringen zouden aanvaarden als boodschappen van waarheid, terwijl die leringen onjuiste opvattingen en gevaarlijke drogredenen bevatten. Soms is datgene wat mensen als 'bijzonder licht' onderwijzen in werkelijkheid een schijndwaling, die, als onkruid gezaaid tussen het graan, zal opkomen en een verderfelijke oogst zal voortbrengen. En dergelijke dwalingen zullen door sommigen worden aangehangen tot het einde van de geschiedenis van deze aarde.

Er zijn er die, na onjuiste theorieën te hebben aanvaard, ernaar streven deze te bewijzen door uit mijn geschriften beweringen van waarheid te verzamelen, die zij gebruiken, los van hun juiste context en verdraaid door associatie met dwaling. Zo worden de zaden van ketterij, die snel ontkiemen en uitgroeien tot sterke planten, omringd door vele kostbare planten van waarheid, en op deze manier wordt een machtige poging gedaan om de echtheid van de valse planten te rechtvaardigen.

Zo was het ook met de ketterijen die in Living Temple werden onderwezen. De subtiele dwalingen in dit boek werden omringd door vele prachtige waarheden. De verleidelijke misleidingen van Satan ondermijnden het vertrouwen in de ware pijlers van het geloof, die gebaseerd zijn op Bijbelse bewijzen. De waarheid wordt ondersteund door een duidelijke “Zo spreekt de Heer.” Maar er is een verweving van dwalingen geweest, en het gebruik van Schriftgedeelten buiten hun natuurlijke context, om dwalingen te onderbouwen die, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen zouden misleiden.

Laat de dagen niet voorbijgaan en kostbare kansen verloren gaan om de Heer met heel ons hart, onze ziel en ons verstand te zoeken. Als we de waarheid niet in liefde aanvaarden, behoren we misschien tot degenen die de wonderen van Satan in deze laatste dagen zullen zien en geloven. — Letter 136, April 27, 1906, to Brethren Butler, Daniells, and Irwin.
26 zo
De christelijke soldaat

“Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.”

Efeziërs 6:11

De Heer zal samenwerken met elke oprechte, toegewijde soldaat van het kruis. Maar niemand kan een goede soldaat zijn die denkt dat hij onafhankelijk van zijn medewerker moet werken, die zijn eigen oordeel als het beste beschouwt. Gods medewerkers moeten samensmelten, de een vult aan wat de ander tekortkomt.

Maken we de voorbereiding die ons is toegestaan om stand te houden tegen de listen van de vijand? Realiseren we ons het heilige karakter van Gods werk en de noodzaak om te waken over zielen als zij die rekenschap moeten afleggen? We moeten waakzaam zijn, “wij de gelegenheid des tijds weten, dat het de ure is, dat wij nu uit den slaap opwaken; want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben. De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts.” (Romeinen 13:11, 12)

Leren we onze eigen wensen opzij te zetten? Of wordt er nog steeds zozeer naar ons eigenbelang gekeken dat we in onze samenwerking met onze broeders ons eigen oordeel als het beste van allemaal beschouwen? God verhoede dat we door zelfverheerlijking de zegeningen die God aan de zachtmoedigen en nederigen geeft, zouden mislopen. Zij die God werkelijk verheerlijken, zullen zichzelf in Christus verbergen en zich verheugen als God verheerlijkt kan worden door de arbeid van hen die met hen verbonden zijn. Niemand kan slagen in Gods werk die zichzelf te hoog inschat. Naarmate de tijd verstrijkt, groeit zijn gevoel van superioriteit en al snel denkt hij dat hij liever niet met zijn broeders in het werk wil samenwerken, maar liever alleen wil werken.

Laten we elk gevoel van zelfverheerlijking ver van ons afwerpen. Laten we ons voorbereiden om goede soldaten van het kruis te zijn door de les te leren die Christus ons gaf toen Hij zei: “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.” (Mattheüs 11:29)

Wie alle verlangen naar zelfverheerlijking heeft onderdrukt, zal zeker erkend worden door de onbaatzuchtigheid van zijn daden. Om anderen te helpen en aan te moedigen, is hij bereid zijn eigen wensen opzij te zetten en alles voor iedereen te worden, opdat hij op de een of andere manier sommigen kan redden. Zo iemand is een edele leider in het leger van Christus. — Letter 67, April 26, 1900, to Elder and Mrs. S. N. Haskell, who were engaged in city evangelism.
25 za
Steeds verder

“Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden. En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel”

Johannes 16:7-8

Het is door de machtige werking van de Heilige Geest dat de heerschappij van Satan onderworpen en overwonnen wordt. Het is de Heilige Geest die overtuigt van zonde en deze uit de ziel verdrijft, met de toestemming van de mens. De geest wordt dan onderworpen aan een nieuwe wet, en die wet is de koninklijke wet van de vrijheid. Jezus kwam om de ketenen van zondeslavernij van de ziel te verbreken; want zonde kan alleen zegevieren wanneer de vrijheid van de ziel is uitgedoofd. Jezus reikte tot in de diepste krochten van menselijk leed en ellende, en Zijn liefde trekt de mens tot Zich. Door de werking van de Heilige Geest verheft Hij de geest uit zijn verdorvenheid en richt Hij hem op de eeuwige werkelijkheid. Door de verdiensten van Christus kan de mens de edelste vermogens van zijn wezen uitoefenen en de zonde uit zijn ziel verdrijven.

Als we wandelen in de geboden van God, volgen we de weg die is gebaand voor de verlosten van de Heer. De gelovigen van alle eeuwen hebben deze weg bewandeld en hebben als lichten in de wereld geschenen. In dit tijdperk schijnt het licht dat van hen uitgaat met toenemende helderheid op het pad van hen die in de duisternis wandelen. Sommigen hebben de waarheid ontvangen, geloofd en gehoorzaamd. Het licht van de boodschap van de derde engel is doorgedrongen tot vele verduisterde geesten. Het licht van Gods wijsheid, goedheid, barmhartigheid en liefde schijnt door Zijn heilig Woord. Wij bevinden ons niet op de plaats waar onze voorvaders waren. In deze laatste dagen schijnt er een verheven licht op ons. Wij kunnen niet door God aanvaard worden; wij kunnen Hem niet eren door dezelfde dienst te bewijzen, hetzelfde werk te doen als onze voorvaders.

Om voor God onschuldig verklaard te worden, moeten wij in onze tijd net zo trouw zijn in het volgen en gehoorzamen van ons licht, als zij trouw waren in het volgen en gehoorzamen van het licht dat op hen scheen. Van ieder lid van Zijn kerk eist onze hemelse Vader geloof en vruchten overeenkomstig de genade en het licht dat gegeven is. God kan niet minder aanvaarden. Ieder mens moet zich plaatsen waar het licht op hem zal schijnen. Hij moet elke lichtstraal koesteren, zodat hij de zielen van anderen kan verlichten en zegenen met de door de hemel gezonden straling. — The Review and Herald, April 25, 1893.
24 vr
Natuurwetten en levenswetten

“Geliefde, voor alle dingen wens ik, dat gij welvaart en gezond zijt, gelijk uw ziel welvaart.”

3 Johannes 1:2

Duizenden, ja miljoenen mensen op aarde lijden onder hun eigen verkeerde levenswandel. Zouden zij voor wie Christus Zijn leven heeft gegeven, niet waarde moeten hechten aan hun eigen geluk, vrede en gezondheid door de wetten van de natuur te gehoorzamen? Wij zijn Gods eigendom door schepping en verlossing, en Hij eist van ons dat we leren hoe we voor ons lichaam moeten zorgen, door de wetten van leven, gezondheid en reinheid nauwgezet in acht te nemen.

Het is onze plicht ons lichaam te beschermen en te eren, opdat we onszelf niet door verwaarlozing, zelfzuchtige genotzucht, verdorven lusten en hartstochten tot lichamen van verrotting en onreinheid maken, walgelijk in Gods ogen, stervend terwijl er nog leven is.

Hoe sterk en helder schijnt Gods barmhartigheid en liefdevolle goedheid in Zijn omgang met Zijn erfdeel. De hele hemel heeft het grootste belang bij ons welzijn, opdat Satan ons niet kan beheersen en ons niet naar zijn karakter kan vormen. “Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.” (Maleachi 4:1,2)

Door de wetten van de natuur te minachten, leggen mannen en vrouwen de basis voor ellende en lijden. Door de zwakte van hun morele vermogens worden zij weerloze slaven van hun hartstochten. Sommigen graven hun eigen graf met hun eigen tanden; anderen bezoedelen ziel en lichaam en verzwakken hun verstand door toe te geven aan verdorven gewoonten van morele onreinheid. Daarmee sluiten zij de poorten van de stad van God voor zichzelf, want de straf voor het overtreden van de wetten moet worden voltrokken. De straf moet komen.

Er zijn lessen te leren op dit gebied die, indien in acht genomen, de gezondheid van lichaam en geest ten goede zullen komen. Als de eet- en drinkgewoonten van de mens op een intelligente manier worden beheerst en hij eet en drinkt tot eer van God, zal zijn leven worden verlengd. Eet om te leven; leef niet om te eten. — Manuscript 53, April 24, 1896, “A Knowledge of Physiology Necessary in Education.”
23 do
Zie de positieve kant

“En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient.”

Maleachi 3:17

Ik heb bemoedigende woorden voor je. Jezus houdt van je. Hij gaf Zijn kostbaar leven opdat jij niet verloren zou gaan, maar eeuwig leven zou hebben. Hef daarom je blik op Hem op. Kijk naar de zonnige kant. Het zal je niet helpen om naar de donkere kant te kijken. Wees geduldig, wat er ook gebeurt. Je kunt kracht putten uit Jezus, want in Hem woont alle volheid. Wanneer wanhoop je ziel dreigt te overspoelen, blijf dan naar Jezus kijken. Werp je hulpeloze ziel op Hem. Hij leeft eeuwig om voor je te pleiten. Je bent kostbaar in Zijn ogen. Hij die met belangstelling kijkt naar het kleine bruine musje, kijkt met liefde en medelijden naar Zijn beproefde, lijdende kind.

Het is voor ons huidige geluk en ons toekomstige welzijn dat God ons onderwerpt aan tucht. De grootste zegen die Zijn kinderen ontvangen, is de tucht die Hij hen zendt. Hij leidt hen nooit anders dan zij zelf zouden kiezen, als zij het einde vanaf het begin zouden kunnen zien en de glorie zouden kunnen onderscheiden van het doel dat zij vervullen, als medewerkers van Hem.

De goddelijke Werker besteedt weinig tijd aan nutteloze zaken. Alleen de kostbare juwelen polijst Hij naar het evenbeeld van een paleis, door de ruwe randen weg te slijpen. Het proces is streng en zwaar; Christus slijpt het overtollige oppervlak weg en drukt de steen tegen de polijstschijf, zodat alle ruwheid wordt weggesleten. Dan, het juweel tegen het licht houdend, ziet de Meester er een weerspiegeling van Zichzelf in en verklaart Hij het waardig om in Zijn kist te worden gelegd.

Mijn lieve broeder, kijk altijd naar Jezus en breng de hemel in je leven hier op aarde. De weg naar de hemel is smal en de poort nauw, maar ieder die wil, kan door de poort gaan en het smalle pad bewandelen. Als we uiteindelijk de hemel bereiken, moet onze hemel hier op aarde beginnen. Hoe meer van de hemel we hier in ons leven brengen, hoe groter ons geluk in het hemelse huis zal zijn.

Laat je gedachten uitgaan naar de goedheid van God, naar de grote liefde waarmee Hij je heeft liefgehad. Als Hij je niet liefhad, zou Hij Jezus niet hebben gegeven om voor je te sterven. Zijn eeuwige armen zijn onder je. In al uw beproevingen lijdt Hij met u mee. “Sterk is de kracht die God verschaft door Zijn eeuwige Zoon.” — Letter 69, April 23, 1903, to a young man suffering affliction.
22 wo
Recept voor eenheid

“Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.”

Mattheus 6:14-15

Er zijn een paar dingen die ik met je wil bespreken met betrekking tot je gevoelens jegens broeder A. Je loopt het risico te sterk te reageren op de vermeende misstappen die hij je heeft begaan. Maar mijn broeder, als hij je werkelijk onrecht heeft aangedaan, zie je dan niet in dat hij de dupe zal zijn en niet jij? Ik ben ervan overtuigd dat je je in dit geval als een edelman moet gedragen en hem moet vergeven en geen vervreemding moet toelaten.

Zal mijn broeder zich zijn grote schuld aan de Heer herinneren en hoezeer hij Zijn vergeving, Zijn medelijden en Zijn liefde nodig heeft? Zal hij zich herinneren dat als je je broeder zijn overtredingen niet vergeeft, je hemelse Vader jou ook jouw overtredingen niet zal vergeven (zie Mattheüs 6:15)?

Zul je je vaardigheden inzetten om alles in je macht te doen om in harmonie met Broeder A te leven? Schrijf hem als een broeder. Breek alle barrières af en laat er geen verschillen tussen jullie zijn. Heb elkaar lief als broeders, wees medelijdend, wees hoffelijk. Ik beveel je aan om de liefde van Christus in grote hoeveelheden tot je te nemen, want zij heeft wonderbaarlijke helende eigenschappen.

Denk je niet dat de hele hemel jou met welbehagen zou aanschouwen als je jouw hart zou openen voor de barmhartige liefde van Christus? Ouderling A zal over deze kwestie piekeren, en jij ook, zolang dit verschil tussen jou blijft bestaan en wordt aangewakkerd. Maar laat elke wortel van bitterheid worden uitgeroeid en begraven.

Het is mogelijk dat je een verkeerd beeld hebt van de ware motieven van ouderling A. En misschien denkt, praat en voel je meer dan je zou moeten voelen en begrijp je jouw broeder verkeerd.

Satan zal er zeer blij mee zijn als je een onvergevende geest koestert in plaats van in eensgezindheid samen te werken. Maar Jezus, die de mens hoog waardeert, is bedroefd om verdeeldheid onder broeders te zien. Ik wou dat we allemaal konden zijn zoals Jezus ons in zijn leven heeft voorgeleefd. Hij kwam niet om mensenlevens te vernietigen, maar om ze te redden. Hij gebruikte Zijn macht om te zegenen, maar nooit om te schaden. Zijn woorden, Zijn houding en Zijn werk waren vol goddelijke tederheid. Niets kon Zijn absolute geduld verstoren of Hem tot wraakzucht aanzetten. — Letter 46, April 22, 1887, to Dr. J. H. Kellogg.
21 di
Bestemming voor de eeuwigheid

“De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven… Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem. Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gijlieden ook niet weggaan? Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.”

Johannes 6:63-69

Voor wie gehoorzaam is, is het Woord van God de boom des levens. Het is het woord van verlossing, ontvangen tot eeuwig leven. Wie de leer ervan volgt, eet het vlees en drinkt het bloed van de Zoon van God. Van de uitwerking die dit woord op ons heeft, hangt ons lot voor de eeuwigheid af. Het bevat de elementen die nodig zijn voor de vorming van een volmaakt karakter. De christen is geroepen om een zo nauwe relatie met God te hebben dat zijn leven verbonden is met het leven van Christus in het eeuwige leven van God.

In zijn wonderbaarlijke gebed zei Christus: “En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen.” (Johannes 17:20) Dit omvat allen die het evangelie geloven. “Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.” (vers 21) Onze eenheid en liefde voor elkaar zijn de bewijzen waarmee we aan de wereld getuigen dat God zijn Zoon heeft gezonden om zondaren te redden.

“En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.” (verzen 22-23) Elke keer dat ik deze woorden lees, lijken ze bijna te mooi om waar te zijn. Maar ik aanvaard ze en geloof ze, en ik dank God voor Zijn volle en overvloedige beloften, gegeven op voorwaarde dat wij voldoen aan de maatstaf van de gerechtigheid van Christus.

Het woord van leven is datgene waarnaar de christen moet leven. Uit dit woord ontvangen wij een steeds groeiende kennis van de waarheid. Daaruit verkrijgen wij licht, reinheid, goedheid en een geloof dat door liefde werkt en de ziel reinigt. Het is ons gegeven opdat wij verlost mogen worden en onberispelijk voor de troon van de goddelijke heerlijkheid mogen verschijnen. Een wonderbaarlijke overwinning, behaald door Christus namens de mens! — Letter 60, April 21, 1900, to a young man seeking Ellen White’s counsel.
20 ma
Studie moet nog worden goedgekeurd

“En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden kan verdragen; Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid”

2 Timotheüs 2:24-25

Iedereen die zich met dit werk bezighoudt, zou deze woorden in zijn geheugen moeten prenten: “Want wij zijn Gods medearbeiders” (1 Korintiërs 3:9) Dan zullen er niet zoveel mislukkingen zijn in de pogingen om zielen voor Jezus Christus te winnen. Het is nodig om hen naar het fundament te brengen en hen op te bouwen tot een stevig bouwwerk dat de vlammen van de laatste grote dag kan doorstaan. De mensen kunnen niet bereikt worden en hun harten kunnen niet gebroken worden, behalve door Gods goddelijke kracht (zie 1 Korintiërs 3:9-15).

Laten de mannen die zich bezighouden met het plechtige werk om de laatste boodschap aan de wereld te brengen, de aansporing van Paulus ter harte nemen: “Verkondig het Woord.” Niet de wetenschap van het leerstelsel, of de producten van menselijke speculaties, maar luister naar de inspirerende woorden die tot Timotheüs gericht waren: “Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen.” (2 Timotheüs 4:1-4)

De predikant wordt nooit aangespoord om een vlotte prediker of een populaire spreker te zijn, maar krijgt de opdracht: “Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt. Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdelroepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen.” (hoofdstuk 2:15-16). Zal elke boodschapper van God acht slaan op deze woorden? Wij zijn medewerkers van God, en als zij die de verantwoordelijkheid op zich nemen om het Woord van leven aan anderen te verkondigen, zich niet dagelijks met Christus verenigen, Zijn lasten niet dragen en niet dagelijks van Jezus leren, dan zouden ze beter ander werk kunnen zoeken. — Manuscript 29, April 20, 1893, “Laborers to Learn Lessons at the Foot of the Cross.”
19 zo
Bekering en hervorming

“Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.”

Johannes 17:17

De Heer roept op tot een duidelijke hervorming. Mijn broeders, toon oprecht berouw over jullie afwijking van God. Laat engelen en mensen zien dat er vergeving van zonden is bij God. Buitengewone kracht van God moet de Zevende-Dags Adventisten gemeenten in bezit nemen. Er moet een wederbekering plaatsvinden onder de leden, zodat zij als Gods getuigen kunnen getuigen van de gezaghebbende kracht van de waarheid die de ziel heiligt.

Zij die door de waarheid geheiligd zijn, zullen laten zien dat de waarheid een hervorming in hun leven teweeg heeft gebracht, dat zij hen voorbereidt op de opname in de hemelse wereld. Maar zolang trots, afgunst en kwaadaardige vermoedens de overhand hebben in het leven, regeert Christus niet in het hart. Zijn liefde is niet in de ziel.

In het leven van hen die deelhebben aan de goddelijke natuur vindt een kruisiging plaats van de hoogmoedige, zelfgenoegzame geest die tot zelfverheerlijking leidt. In zijn plaats woont de Geest van Christus, en in het leven verschijnen de vruchten van de Geest. Door de gezindheid van Christus te hebben, openbaren Zijn volgelingen de genade van Zijn karakter.

Niets minder dan dit zal mensen aanvaardbaar maken voor God. Niets minder dan dit zal hen het zuivere, heilige karakter geven dat zij moeten hebben om tot de hemel te worden toegelaten. Zodra een mens Christus aanneemt, is het bewijs van de verandering die in hem is bewerkt zichtbaar in geest, woord en daad. Een hemelse atmosfeer omhult zijn ziel, want Christus woont in hem.

O, hoe weinigen zijn er die in hun leven de principes van dit leven openbaren! “Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.” (Johannes 6:54-57)

Gelooft u deze wonderbaarlijke uitspraken? Neemt u de woorden van Christus aan? Ik zeg u dat wanneer u ze werkelijk aanneemt, u de waarheid zult praktiseren overeenkomstig de leer van Christus. — Letter 63, April 19, 1903, to “Our Brethren at the Medical Missionary Council.”
18 za
Voortdurende gemeenschap met God

“Daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.”

Mattheus 24:44

Ik geloof dat we ons op de rand van de eeuwige wereld bevinden, en ik streef ernaar om voortdurend in gemeenschap met God te blijven. Ik koester het eeuwige leven en niets zal mij scheiden van de liefde van God. Ik wil mijn ziel voortdurend vormen en trainen om op Christus te steunen, om geestelijke kracht uit Christus te putten. God wil dat we Christus zelf ervaren, zodat we trouwe getuigen voor God kunnen zijn, die in woord en daad getuigen van de genade van Christus, zowel bewust als onbewust.

Ik vrees, zeer vrees ik, dat veel jongeren die betrokken zijn bij Gods werk mijn Redder niet kennen. Wanneer ik denk aan het werk dat God doet voor de gevallen mens, ben ik vol verwondering dat God arme, gevallen mensen morele kracht zal geven, dat er innerlijke werking van Zijn genade zal zijn, die hun karakter zal transformeren en hen geschikt zal maken voor de woningen die God voor hen voorbereidt – mensen geschikt voor de tegenwoordigheid van God, geschikt om metgezellen van engelen te zijn en gemeenschap met God te hebben. O, wat verlangt mijn hart ernaar om met Jezus Christus te wandelen op de vernieuwde aarde.

Onze levenstaak zou nu moeten zijn om ons voor te bereiden op de eeuwigheid. We weten niet hoe snel ons levenswerk hier op aarde zal eindigen, en hoe essentieel het is dat onze lage, zondige natuur overwonnen wordt en dat we ons vormen naar het beeld van Christus. We hebben geen moment te verliezen. We moeten ons dagelijks voorbereiden op de eeuwigheid. Ons leven is ons gegeven om de zegen van het eeuwige leven te zoeken. God heeft ons een proeftijd gegeven, en als we zeventig jaar oud worden, hoe kort is deze periode dan om onze redding te bewerken! Vergelijk deze periode dan eens met het leven dat gemeten wordt naar het leven van God. De korte periode van onze beproeving en oefening kan elk moment eindigen. Hoe ijverig zouden we dan moeten zijn om een recht op een woning te verwerven in de vernieuwde aarde.

Mijn grootste zorg is om het werk te doen dat de Meester mij heeft opgedragen en niets mij van dit werk te laten afleiden. We moeten ernaar streven één te zijn met God. Zijn belang moet ons belang zijn, Zijn gevoelens en plannen de onze. Wij kennen Gods liefde voor zondaren en het oneindige offer dat is gebracht om verloren zielen te redden; laten we ons daarom verenigen met Christus in dit grote werk. — Letter 82, April 18, 1887, to Edson and Emma White.
17 vr
Kracht voor de dag

“…en uw sterkte gelijk uw dagen! ...De eeuwige God zij u een woning, en van onder eeuwige armen”

Deuteronomium 33:25-27

Ik ben mijn hemelse Vader zo dankbaar voor Zijn dagelijkse zegeningen. Ongeveer een week geleden voelde ik me volledig uitgeput door de inspanning die ik in het schrijven had gestoken. Mijn gedachten wilden niet meewerken en ik voelde me erg depressief. Ik had de hoop bijna opgegeven ooit nog uitgerust te zijn. Maar op een avond bad ik God vurig om Zijn versterkende, genezende kracht op mij te laten rusten, zodat ik in staat zou zijn om dingen op te schrijven die gepubliceerd zouden moeten worden. Daarna ging ik slapen. 's Nachts leek ik tot verschillende gemeenten te spreken over de genezende, bezielende kracht van de Heilige Geest. Om half drie werd ik wakker. Mijn hoofdpijn was verdwenen en de kalmerende invloed van de Geest van God rustte op mij. Ik liep door mijn kamer en prees God. Toen pakte ik mijn pen en merkte dat mijn geest helder was en dat ik net zo goed kon schrijven als voorheen. Sinds deze ervaring heb ik veel geschreven. Onze Heiland is de meest bekwame genezer ter wereld. Ik prijs Hem voor de bijzondere zegen die Hij mij nu heeft geschonken.

Ware religie is een religie die voortdurend de eer en glorie van God voor ogen houdt. Wij behoren onze hemelse Vader met heilige vrees en eerbied te bejegenen. Hij eist van Zijn door bloed verworven erfgoed een vreugdevolle gehoorzaamheid. Naarmate we Zijn grote liefde beseffen, zullen onze harten vervuld worden met dankbaarheid, zullen we Hem met vreugde dienen en vastberaden en vol vertrouwen ons volledige vertrouwen in Hem stellen.

Ik verlang ernaar om in mijn levensdienst de vreugde van Christus te tonen. Ik verlang ernaar vervuld te worden met Zijn Geest, zodat ik een zegen voor anderen kan zijn. We hebben de belofte: “En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen. En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.” (Jeremia 32:39,40)

God is “Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.” (vers 19) — Letter 139, April 17, 1904, to Robert Vickery, a layman on the Illinois Conference Committee.
16 do
Geef zoals jij hebt ontvangen

“…Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet.”

Mattheus 10:8

Onverwacht talent zal zich ontwikkelen bij mensen uit de gewone bevolking. Als mannen en vrouwen de boodschap van de waarheid maar te horen krijgen, zullen velen die het horen, het aannemen. Mensen van alle standen, hoog en laag, rijk en arm, zullen de waarheid voor deze tijd aanvaarden. Sommigen die als ongeschoold worden beschouwd, zullen geroepen worden tot de dienst van de Meester, net zoals de nederige, ongeleerde vissers door de Heiland geroepen werden. Mannen zullen van de ploeg geroepen worden, zoals Elisa, en zullen bewogen worden om het werk op te pakken dat God hen heeft opgedragen. Ze zullen in eenvoud en stilte beginnen te werken, de Schriften lezend en aan anderen uitleggend. Hun eenvoudige inspanningen zullen succesvol zijn.

Huis-aan-huis werk zal gedaan worden door mannen en vrouwen die beseffen dat ze voor de Heer kunnen werken omdat Hij Zijn Geest op hen heeft gelegd. Terwijl ze in nederig geloof op pad gaan, zal Christus hun genade schenken die ze aan anderen zullen doorgeven. De Heer zal hun dezelfde liefde voor verloren zielen geven die Hij aan de discipelen van weleer gaf.

In de toekomst zullen mensen door wie engelen kunnen werken de waarheid aanvaarden. In het verleden hebben hemelse boodschappers samengewerkt met menselijke tussenpersonen en hen een taalkracht en invloed gegeven die overtuigende argumenten heeft opgeleverd die de kern van de ziel hebben bereikt. Het werk van ogenschijnlijk ongeletterde, ongeleerde mensen heeft vaak een wonderbaarlijke positieve invloed.

Niemand die de goddelijke stralen van de Zon der Gerechtigheid ontvangt, zal het aan passende woorden ontbreken. Het zal geen welsprekendheid zijn zoals de wereld die definieert, maar hemelse welsprekendheid. Zij zullen woorden spreken die rechtstreeks tot de geest doordringen, overtuiging opwekken en hun toehoorders ertoe aanzetten zich af te vragen: Wat is waarheid?

Zulke werkers kunnen we aanmoedigen door te zeggen: Ik ben ervan overtuigd dat jullie een positieve invloed zullen uitoefenen in dit grootse en heilige werk, als jullie maar op jezelf letten en beseffen dat jullie ontvangers van reddende genade zijn, in een heilige familieband met God gebracht door Jezus Christus, en geroepen om te werken aan de redding van zielen. — Letter 123, April 16, 1905, to Elder S. H. Lane, president of the New York Conference.
15 wo
Ik zal je beschermen

“Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen.”

Openbaringen 3:10

Deze woorden zijn belangrijk en plechtig, en het zou nuttig voor ons zijn als we ze mee naar huis nemen en de Schrift onderzoeken met betrekking tot hun ware betekenis. Het uur van de beproeving zal over de hele wereld komen, om hen die op aarde wonen te beproeven; en hoewel we geen tijd van ellende voor onszelf willen creëren, noch willen zuchten over toekomstige beproevingen, moeten we toch zo nauw verbonden zijn met God dat we niet zullen bezwijken voor de beproeving wanneer die komt. “Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en steune op zijn God.” (Jesaja 50:10)

De HEER zal een banier voor ons oprichten tegen de vijand. We moeten geloven dat we een helper hebben in God, dat we niet bang hoeven te zijn, dat we niet vervuld zullen zijn van verwondering en ontzag; Want wij weten dat de God van Israël vanaf het allereerste begin bij Zijn volk is geweest – vanaf de kindertijd van deze wereld is God bij Zijn gehoorzame kinderen geweest. Wij moeten laten zien dat wij vertrouwen hebben in God en aan de wereld duidelijk maken dat wij Hem kunnen vertrouwen omdat wij in Hem geloven. Zijn woord is een belofte dat er geen beproeving over ons zal komen, maar dat er hulp zal worden geboden om ons te ondersteunen.

Wij verwachten beproevingen in deze laatste dagen; wij verwachten niets anders; maar moge God ons genade geven, zodat wij de beproevingen kunnen doorstaan wanneer ze komen, en niet bezwijken onder vervolging. Wij willen niet in een positie terechtkomen waarin wij dan geen kracht meer hebben. Laten wij daarom nu God leren kennen.

God heeft een volk dat het merkteken van het beest niet zal ontvangen, noch op hun rechterhand, noch op hun voorhoofd. God heeft een plaats voor Zijn volk in deze wereld, een plaats om licht te weerspiegelen. Jullie zijn Gods wachters. Christus zegt over Zijn volk: “Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn.” (Mattheüs 5:14) God heeft Zijn wet voor het hele universum gemaakt. Hij schiep de mens, Hij geeft ons de overvloedige voorzieningen van de natuur, Hij houdt onze adem en ons leven in Zijn hand. Hij moet erkend worden, Zijn wet moet geëerd worden, voor alle grote mannen en de hoogste aardse machten. — The Review and Herald, April 15, 1890.
14 di
Wees Zijn boodschapper

“En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.”

Markus 16:15-16

De arbeiders in Gods dienst kunnen waardevolle lessen leren uit de instructies die Jezus aan de zeventig discipelen gaf, en uit hun ervaringen. Deze discipelen werden uitgezonden naar de steden en dorpen waar Jezus zelf naartoe zou gaan, om de belangstelling voor Jezus' werk aan te wakkeren, zodat de mensen bereid zouden zijn de grote waarheden te ontvangen die Hij hen zou openbaren.

“En na dezen stelde de Heere nog andere zeventig, en zond hen heen voor Zijn aangezicht, twee en twee, in iedere stad en plaats, daar Hij komen zou. Hij zeide dan tot hen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote. Gaat henen; ziet, Ik zend u als lammeren in het midden der wolven.” (Lucas 10:1-3)

“En in wat stad gij zult ingaan, en zij u ontvangen, eet hetgeen ulieden voorgezet wordt. En geneest de kranken, die daarin zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen.” (verzen 8,9)

Dit moest de kern van hun boodschap zijn. Ze mochten deze boodschap niet uit het oog verliezen, noch in discussies verwikkeld raken over zaken die onbelangrijk waren of die de deur zouden sluiten voor de belangrijke waarheden die Jezus hen had opgedragen te onderwijzen. Ze moesten onderwijzen vanuit het Oude Testament, de profetieën over de missie en het werk van Christus uitleggen en waarheden presenteren die de harten van de mensen zouden verzachten, zodat ze bereid zouden zijn Christus te ontvangen wanneer Hij zou komen.

De zeventig waren, in tegenstelling tot de twaalf, niet voortdurend bij Jezus geweest, maar ze hadden wel vaak Zijn onderwijs gehoord. Ze waren onder Zijn leiding uitgezonden om te werken zoals Hijzelf werkte. Waar ze ook gingen, moesten ze de boodschap verkondigen: “Het Koninkrijk van God is nabij. Allen die Zijn boodschap en Zijn Boodschapper willen ontvangen, mogen in Zijn Koninkrijk worden opgenomen. Dit is de dag van uw bezoeking.” Ze moesten de waarheid van God zo presenteren dat de mensen ertoe gebracht zouden worden de zegeningen die binnen hun bereik lagen, te grijpen. — Letter 119, April 14, 1905, to the members of the Nashville church.
13 ma
Christus, het Brood des levens

“…Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven. Ik ben het Brood des levens. Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven. Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.”

Johannes 6:47-51

De vraag wordt gesteld: Wat moeten we doen om Gods werken te doen? Wat moeten we doen om de hemel te verkrijgen? Deze belangrijke vraag wordt beantwoord aan allen die ernaar verlangen: “…Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.” (Johannes 6:29) “Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.” (vers 33) “…Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.” (vers 35).

Christus laat hen begrijpen dat een mens door God onderwezen moet worden om deze dingen te kunnen begrijpen. Dit is de oorzaak van zoveel oppervlakkige kennis van de Schrift in de kerken van vandaag. Predikanten prediken slechts gedeeltes van het Woord en weigeren zelfs maar zoveel in praktijk te brengen als ze onderwijzen. Dit leidt tot misvattingen over het Woord en de leer, het creëert dwalingen en verkeerde interpretaties van de Schrift.

Mensen kunnen ons leren de waarheid helder te zien, maar alleen God kan het hart leren de waarheid op een heilzame manier te ontvangen, dat wil zeggen de woorden van eeuwig leven in goede en oprechte harten te ontvangen. De Heer wacht geduldig om elke bereidwillige ziel die onderwezen wil worden, te onderwijzen. De fout ligt niet bij de bereidwillige Leraar, de grootste Leraar die de wereld ooit gekend heeft, maar bij de leerling die vasthoudt aan zijn eigen indrukken en ideeën, en zijn menselijke theorieën niet wil opgeven en zich niet in nederigheid wil laten onderwijzen. Hij wil niet toestaan dat zijn geweten en zijn hart worden gevormd, gedisciplineerd en getraind – bewerkt zoals de landbouwer de aarde bewerkt en zoals de architect een gebouw construeert.

Iedereen moet worden gevormd, gekneed en gemodelleerd naar het goddelijke evenbeeld. Christus zegt jullie, mijn lieve vrienden, jong en oud, de eeuwige waarheid: “Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.” (vers 53)

Als u Christus' woord niet als uw raadgever aanneemt, zult u Zijn wijsheid noch Zijn geestelijk leven openbaren. — Letter 88, April 13, 1900, to the managers and teachers in the Avondale School.
12 zo
Vriendelijkheid, een deugd

“En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.”

Efeziërs 6:4

God roept gelovigen op om te stoppen met het zoeken naar fouten, om te stoppen met het maken van ondoordachte, onvriendelijke woorden. Ouders, laat de woorden die u tot uw kinderen spreekt vriendelijk en aangenaam zijn, zodat engelen u kunnen helpen hen tot Christus te leiden. Een grondige hervorming is nodig in de thuisgemeente. Laat het onmiddellijk beginnen. Laat alle gemopper, geklaag en uitbranding ophouden. Zij die klagen en schelden, sluiten de engelen van de hemel buiten en openen de deur voor boze engelen.

Laat man en vrouw bedenken dat ze al genoeg lasten dragen zonder hun leven ellendig te maken door meningsverschillen toe te laten. Zij die ruimte geven aan kleine meningsverschillen nodigen Satan uit in hun huis. De kinderen nemen de geest van twist over over het kleinste dingetje. Kwade krachten werken eraan om ouders en kinderen ontrouw aan God te maken.

Mijn broeders en zusters, wilt u niet samenwerken met God, werkend aan vrede en harmonie? Bid om de zoete, vormende invloed van de Heilige Geest. Laat uw lippen beheerst worden door de wet van vriendelijkheid. Weiger zuur, onbeleefd en onvriendelijk te zijn. Wees trouw aan je geloofsbelijdenis.

Wanneer je bereid bent het juk van Christus te dragen, wanneer je gehoor geeft aan de uitnodiging: “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.” (Mattheüs 11:29), zul je ophouden anderen een juk op te leggen. Je zult ophouden kritiek te leveren. Je zult het niet langer als een deugd beschouwen om van anderen te verschillen. Je zult je richten op de punten waarover je het eens kunt zijn.

We bereiden ons voor om onze Heer te ontmoeten wanneer Hij komt in de wolken van de hemel met macht en grote heerlijkheid. In dit grootse en nobele werk moeten we elkaar helpen. Ouders moeten zoveel mogelijk zonneschijn en vriendelijkheid in hun huis brengen. Ze moeten hun huis vullen met zonneschijn door vriendelijke woorden en daden.

Dien de vijand van God niet door een harde, onvriendelijke geest te tonen. Alleen zij die de verleiding hebben overwonnen om onvriendelijk en hard te spreken en te handelen, zullen de hemel binnengaan. Handel naar de gezindheid van Christus, spreek de woorden van Christus, en de Heer Jezus zal door Zijn Heilige Geest te gast zijn in uw huis. — Letter 133, April 12, 1904, to Edson and Emma White.
11 za
De Majesteit van God

“O HEERE, God der heirscharen! wie is als Gij, grootmachtig, o HEERE! …Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze.”

Psalmen 89:8-9

Gisteren nam broeder [Charles] Chittenden een aantal van ons mee het water op in zijn boot. We bleven de hele dag op het water en het strand. We voeren de Golden Gate uit, de oceaan op. De golven waren hoog en we werden op een indrukwekkende manier op en neer geslingerd. Het opspattend water spatte over ons heen. De waakzame kapitein gaf zijn bevelen, de handen stonden klaar om te gehoorzamen. De wind waaide hard en ik heb nog nooit zoiets in mijn leven zo genoten.

Vandaag zou ik schrijven over Christus die over de zee wandelde en de storm tot bedaren bracht. O, wat maakte dit beeld diepe indruk op me. De majesteit van God en Zijn werken beheersten mijn gedachten. Hij houdt de winden in Zijn handen, Hij beheerst het water. Eindige wezens, slechts stipjes op de brede, diepe wateren van de Stille Oceaan, waren wij in Gods ogen, en toch werden engelen uit de hemel, uit Zijn uitmuntende glorie, gezonden om dat kleine zeilbootje te beschermen dat over de golven raasde.

Hoe levendig stond de boot met de discipelen die de golven trotseerden voor mijn geestesoog. De nacht was donker en stormachtig. Hun Meester was afwezig. De zee was woest, de wind stond tegen. Als Jezus, hun Redder, bij hen was geweest, zouden ze zich veilig hebben gevoeld. De hele lange en moeizame nacht roeiden ze zich een weg tegen wind en golven. Ze werden omringd door gevaar en angst. Dit waren sterke mannen, gewend aan ontberingen en gevaren, en niet gemakkelijk bang te maken voor gevaar.

Ze hadden verwacht hun Redder op een bepaald punt aan boord van het schip te nemen, maar hoe zouden ze zonder Hem die plek ooit kunnen bereiken? Tevergeefs, de wind stond tegen hen. De kracht van de roeiers was uitgeput en toch was de meedogenloze storm niet gaan liggen, maar sloeg de golven met een ongekende kracht alsof ze de boot en henzelf wilden verzwelgen. O, wat verlangden ze naar Jezus.

In het uur van hun grootste gevaar, toen ze alles al hadden opgegeven, te midden van de bliksemflitsen in de vierde nachtwake, verscheen Jezus aan hen, lopend over het water. O, Jezus was hen dus niet vergeten! Zijn waakzame blik, vol tedere sympathie en medelevende liefde, had hen door die vreselijke storm heen gewaakt. In hun grootste nood was Hij dicht bij hen. — Letter 5, April 11, 1876, to James White.
10 vr
Schild van bescherming

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.”

Johannes 1:11

Hij die de mensheid met Zijn eigen bloed heeft gekocht, rekent elke belediging die een van Zijn kinderen wordt aangedaan, aan Hemzelf toe. Zijn wet is om het schild van goddelijke bescherming uit te strekken over elke ziel die op Hem vertrouwt.

Christus' veroordelingen, de weeën die Hij uitsprak, werden gevolgd door uitroepen van diepste smart.

Vlak voor Zijn kruisiging zag Hij de stad [Jeruzalem] en weende erover, zeggende: “Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient!” (Lucas 19:42a) Toen hield Hij even stil. Ze waren op de top van de Olijfberg aangekomen en de discipelen, die Jeruzalem in het zicht kregen, stonden op het punt uit te barsten in lofuitingen; maar ze zagen dat hun Leraar, in plaats van vreugdevol te zijn, in diepe rouw was.

Christus naderde het einde van Zijn missie en Hij wist dat wanneer die tijd zou aanbreken, Jeruzalems beproevingstijd voorbij zou zijn. Maar Hij aarzelde om de woorden van onheil uit te spreken. Drie jaar lang was Hij gekomen, zoekend naar vrucht en zonder resultaat. Gedurende deze jaren was er één doel dat Hem na aan het hart lag: Zijn ondankbare, ongehoorzame volk de plechtige waarschuwingen en genadige uitnodigingen van de hemel voor te leggen. Hij verlangde er vurig naar dat het volk Zijn woorden zou aanvaarden.

Hoe genadig had Hij hen uitgenodigd. Hoe vurig had Hij zich ingespannen om in hun harten het besef te wekken dat Hij de enige hoop van Israël was, de beloofde Messias. Zijn levenswerk was om Zijn ongehoorzame volk ervan te overtuigen dat Hij hun enige hoop was. Hij droeg hen in Zijn hart. Hij deed alles wat Hij kon om hen te redden. Maar aan het einde van Zijn werk in deze wereld werd Hij gedwongen om in een vlaag van angst en tranen te zeggen: “En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.” (Johannes 5:40)

De wolk van goddelijke toorn pakte zich samen boven Jeruzalem. Christus zag de stad belegerd. Hij zag haar verloren. Met een stem vol tranen riep hij uit: “Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.” (Lucas 19:42)

Ik leg deze zwakke voorstelling voor aan hen die vandaag dezelfde weg bewandelen en de boodschappen van Gods genade afwijzen. — Letter 317a, April 10, 1905, to “Dear Brethren in the Ministry and the Medical Missionary Work.”
9 do
Het nieuwe leven leiden

“Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.”

Mattheus 7:12

Christus kwam om ons te leren, niet alleen wat we moeten weten en geloven, maar ook wat we moeten doen in onze relatie met God en met onze medemensen. De gouden regel van rechtvaardigheid vereist dat we anderen behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. We moeten hun eeuwige belangen voor ogen houden en tegen onszelf zeggen: “Zij zijn het product van het bloed van de Heiland, gekocht met een prijs.”

In al onze omgang met onze medemensen, of ze nu gelovigen of ongelovigen zijn, moeten we hen behandelen zoals Christus hen zou behandelen als Hij in onze plaats was. Als het voor ons huidige en eeuwige welzijn is om de wet van God te gehoorzamen, zal het ook voor hun huidige en eeuwige welzijn zijn om dat te doen. Ons hoogste doel is om voor hen medische zendelingen te zijn, naar de wil van Christus.

Allen die door de parelpoorten de stad van God binnengaan, moeten Christus in al hun handelingen hebben gepredikt. Dit maakt hen tot boodschappers van Christus, Zijn getuigen. Zij moeten een duidelijk en vastberaden getuigenis afleggen tegen alle kwade praktijken en hen wijzen op het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. Hij geeft aan allen die Hem aannemen de kracht om kinderen van God te worden.

Wedergeboorte is de enige weg waarlangs wij de heilige stad kunnen bereiken. Het is een smalle weg en de poort waardoor wij binnenkomen is nauw, maar wij moeten mannen, vrouwen en kinderen erlangs leiden en hen leren dat zij, om gered te worden, een nieuw hart en een nieuwe geest moeten hebben. De oude, erfelijke karaktertrekken moeten worden overwonnen. De natuurlijke verlangens van de ziel moeten worden veranderd. Alle bedrog, alle valse beweringen, alle kwaadspreken moeten worden afgelegd. Het nieuwe leven, dat mannen en vrouwen op Christus doet lijken, moet worden geleefd. Wij moeten als het ware tegen de stroom van het kwaad in zwemmen.

De weg naar de hemel is smal, afgebakend door de goddelijke wet van Jehovah. Zij die deze weg volgen, moeten zichzelf voortdurend verloochenen. Zij moeten de leer van Christus gehoorzamen. Laten we niet op mensen vertrouwen, maar op Jezus Christus, die stierf opdat Hij ons tot gerechtigheid zou brengen. — Letter 103, April 9, 1905, to E. S. Ballenger, an administrator at the Paradise Valley Sanitarium.
8 wo
Instructies voor getuigen

“En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”

Mattheus 28:18-20

Zij die in hun eigen land de waarheid kennen en de zegeningen die deze kennis met zich meebrengt, moeten de behoeften van hen die in nieuwe gebieden werken, waar het werk zwaar is en de middelen schaars.

De instructie in het tiende hoofdstuk van Mattheüs laat zien hoe de Heer aankijkt tegen hen die eropuit trekken om voor Hem in nieuwe gebieden te werken. Lees dit hoofdstuk. Bestudeer wat Christus zei over de gevaren die de boodschappers zouden tegenkomen en de ontberingen die ze zouden moeten doorstaan. “Ziet, Ik zende u als schapen in het midden der wolven;” zei Hij tegen Zijn discipelen; “zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.” (Mattheüs 10:16). Zij die vandaag de dag in nieuwe gebieden werken, hebben veel beproevingen en moeilijkheden te verduren. Ze hebben de hulp en het medeleven nodig van hun broeders in hun eigen land, waar de middelen om te werken ruimer zijn en de middelen gemakkelijker te verkrijgen.

Christus' laatste woorden tot Zijn discipelen tonen het belang aan dat wordt gehecht aan het verspreiden van de waarheid. Vlak voor Zijn hemelvaart gaf Hij hun de opdracht: “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.” (hoofdstuk 28:19,20)

Christus beperkte Zijn werk niet tot één plaats. Over Zijn werk lezen we: “Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden.44 En Hij predikte in de synagogen van Galilea.” (Lucas 4:43,44)

Moge allen die het licht van de waarheid hebben, het voorbeeld van Christus volgen en hun door God gegeven tijd, vermogen en middelen niet op één of twee plaatsen besteden, terwijl het licht van de waarheid de hele wereld moet bereiken. De wonderbaarlijke genade die in de evangelieboodschap wordt getoond, moet overal worden verspreid. — Letter 92, April 8, 1902, to “My Brethren in Responsible Positions in the Medical Missionary Work.”
7 di
Christus, de aantrekkingsKracht

“En Petrus, den mond opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is; Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.”

Handelingen 10:34-35

Christus erkent geen kaste, geen nationaliteit. Hij beschouwt het als Zijn goddelijke en onoverdraagbare voorrecht om naar Zijn eigen macht en welbehagen te werken. Als barmhartige Verlosser werkte Hij onder alle klassen. Toen de verlamde man door het dak naar beneden werd gelaten, zag Hij in één oogopslag de ellende van de lijder en oefende Hij onmiddellijk Zijn macht uit als een zonde vergevende Redder. “Zoon! wees welgemoed;” zei Hij, “uw zonden zijn u vergeven.” (Mattheüs 9:2)

Hierop zeiden sommige schriftgeleerden in zichzelf: “Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?” (Marcus 2:7) Hoe verbaasd waren ze toen hun onuitgesproken gedachten voor hun ogen werden onthuld. “Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?” vroeg Jezus. “Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel? Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.” (verzen 8-11)

Christus veranderde de relatie van de zondaar tot God door de schuld uit het diepste van zijn ziel weg te nemen. De rijke dwaas stierf in zijn overdadige rijkdom, maar de hulpeloze zondaar werd tot Christus gebracht en, door zijn geloof dat Christus hem kon genezen, werd hij niet teleurgesteld. Zijn zieke geest werd eerst genezen, en vervolgens genas de grote Geneesheer zijn lichamelijke kwalen.

Zo trok Christus de mensen tot Zich. Hij ontvouwde waarheden van de hoogste orde. De kennis die Hij kwam overbrengen was het evangelie, in al zijn rijkdom en kracht. Als zondedrager is Hij zich bewust van alle verschrikkingen die de zonde over de ziel brengt, en Hij kwam naar deze wereld met een boodschap van verlossing.

Wat is het christendom? Gods instrument voor de bekering van de zondaar. Jezus zal iedereen ter verantwoording roepen die zich niet onder Zijn heerschappij laat brengen, die in zijn leven niet de invloed van het kruis van Golgotha laat zien. Christus moet verheerlijkt worden door hen die Hij heeft verlost door aan het kruis te sterven. — Manuscript 56, April 7, 1899, “Following Christ.”
6 ma
Fouten corrigeren

“Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen.”

Mattheus 18:15

Wanneer je naar degene gaat die je in gebreke houdt, zorg er dan voor dat je spreekt met een zachtmoedige en nederige geest, want de toorn van de mens brengt niet de gerechtigheid van God voort. De dwalende kan op geen andere manier hersteld worden dan in een geest van zachtmoedigheid, vriendelijkheid en tedere liefde. Wees voorzichtig met je manier van spreken. Vermijd alles in blik of gebaar, woord of toon dat naar trots of zelfgenoegzaamheid ruikt. Hoed je voor woorden of blikken die jezelf verheffen of je goedheid en rechtvaardigheid tegenover hun tekortkomingen plaatsen. Pas op voor de geringste vorm van minachting, arrogantie of verachting. Vermijd zorgvuldig elke schijn van woede, en hoewel je eenvoudig spreekt, laat er geen verwijt, geen scheldende beschuldiging, geen teken van hitte zijn, maar alleen dat van oprechte liefde.

Bovenal, laat er geen schaduw van haat of kwaadwilligheid zijn, geen bitterheid of wrok. Niets dan vriendelijkheid en zachtmoedigheid kunnen voortkomen uit een hart vol liefde. Toch hoeven al deze kostbare vruchten u er niet van te weerhouden om op de meest ernstige en plechtige wijze te spreken, alsof engelen hun ogen op u richten en u handelt met het oog op het komende oordeel.

Houd in gedachten dat het succes van terechtwijzing grotendeels afhangt van de geest waarin deze wordt gegeven. Verwaarloos het oprechte gebed niet, opdat u nederig van geest mag zijn en de engelen van God mogen werken op de harten die u probeert te bereiken, en hen zo mogen verzachten door hemelse indrukken dat uw inspanningen vruchtbaar zullen zijn. Als er iets goeds wordt bereikt, neem dan geen eer voor uzelf. Alleen God moet worden verheerlijkt. God alleen heeft het allemaal gedaan.

Al uw pogingen om de dwalende te redden kunnen vruchteloos zijn. Ze kunnen u kwaad met goed vergelden. Ze kunnen eerder woedend dan overtuigd raken. Wat als ze luisteren zonder enig nut en de kwade weg blijven volgen die ze zijn ingeslagen? Dit zal vaak het geval zijn. Soms zal de mildste en meest tedere terechtwijzing geen enkel goed effect hebben. In dat geval zal de zegen die u een ander wilde schenken door een rechtvaardig pad te bewandelen, te stoppen met kwaad doen en te leren goed te doen, in uw eigen boezem terugkeren. Als de dwalende volharden in de zonde, behandel hen dan vriendelijk en laat hen over aan uw hemelse Vader. — Letter 30, April 6, 1868, to Brother and Sister Rogers.
5 zo
Hemelse garantie

“Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.”

Mattheus 7:7

O, als iedereen toch eens uit eigen ervaring zou weten hoeveel van de beloofde rust van de hemel de ziel nu al kan verkrijgen door oprecht gebed. Als iemand deze les nog niet heeft geleerd, kan hij beter geen enkele andere levensles leren totdat hij in de school van Christus leert hoe hij deze les moet beheersen.

Als christenen verlangen we elke dag naar een nieuwe en levende ervaring. We willen leren hoe we Jezus kunnen vertrouwen, in Hem kunnen geloven en alles aan Hem kunnen toevertrouwen. Jakob werd, door geloof in God en gebed, van een man van zwakheid en gebreken tot een vorst bij God verheven. Hij overwon door geloof. God is almachtig. De mens is eindig. In gesprek met God kunnen we Hem de meest geheime dingen van onze ziel toevertrouwen – want Hij weet alles – maar niet de mens.

Word niet onachtzaam en raak niet verwijderd van de Bron van je kracht. Let op je gedachten, let op je woorden, en streef er in alles wat je doet naar om God te verheerlijken. Hoe dichter je bij het kruis ligt, hoe duidelijker je de onvergelijkbare bekoringen van Jezus en de ongeëvenaarde liefde die Hij voor de gevallen mens heeft getoond, zult zien.

Laat de druk van je werk je niet van God scheiden, want als je ooit raad, heldere vooruitziende blik en scherpe ideeën nodig hebt, is dat juist wanneer je veel werk te doen hebt. Juist dan moet je tijd nemen om te bidden, om je geloof te versterken en onvoorwaardelijk te vertrouwen op de raad van de Oppergeneesheer. Vraag Hem om je te helpen. Bid vaker, hoe belangrijker het werk dat je moet doen.

Wat een prachtig thema om over na te denken: de mens, verdorven en verloren in zijn natuurlijke staat, kan vernieuwd en gered worden door de genadige hulp die Christus hem in het evangelie biedt. De liefde van Jezus in de ziel zal de vijand verdrijven die de mens in bezit wil nemen. Elke beproeving die geduldig wordt verdragen, elke zegen die dankbaar wordt ontvangen, elke verleiding die trouw wordt weerstaan, zal je tot een sterke man in Jezus Christus maken. Al deze genade kan worden verkregen door het gebed van geloof.

Grijp kracht van boven. Zelfs Jezus, wanneer hij zich voorbereidde op een grote beproeving, trok zich terug in de eenzaamheid van de bergen en bracht de nacht door in gebed tot Zijn Vader. — Letter 11, April 5, 1886, to Dr. Gibbs, a physician at the St. Helena Sanitarium.
4 za
Onbeschrijfelijke glorie

“Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God! wat Hij doen zal dien, die op Hem wacht.”

Jesaja 64:4

U geeft aan dat u wilt dat ik dingen beschrijf die betrekking hebben op het Nieuwe Jeruzalem. Ik weiger pertinent om zoiets te doen. Mijn vermogen zou ontoereikend zijn om dit te doen, of er zelfs maar een poging toe te wagen, en ik raad u aan geen poging te wagen om een specifieke voorstelling te geven die de indruk wekt dat het een voorstelling van het Nieuwe Jeruzalem is. De meest welsprekende voorstelling van het Nieuwe Jeruzalem is slechts een poging om het te presenteren.

Iedereen die zich bezighoudt met de toekomstige, onzichtbare wereld, kan de onnoemelijke glorie ervan het best beschrijven met de woorden van Paulus: “Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.” (1 Korintiërs 2:9). Ik heb het gevoel dat velen heilige zaken benaderen alsof hun beperkte vermogens in staat zijn ze te bevatten.

Er zijn zo veel mensen die met onheilige voeten op heilige grond treden dat we zeer voorzichtig zijn, zelfs in uitspraken die we doen over heilige en eeuwige zaken, omdat eindige en alledaagse ideeën zich vermengen met het heilige en het sacrale. De mens mag dan met zijn toevertrouwde en ontwikkelde talenten iets van de hemel proberen weer te geven, maar hij zal er volledig in falen.

Uw talent als kunstenaar zal, wanneer het tot het uiterste wordt opgerekt, uitgeput en vermoeid neervallen in zijn poging de dingen van de onzichtbare wereld te bevatten, en toch is er een eeuwigheid daarbuiten. Met deze woorden zult u mij vergeven dat ik geen poging zal wagen u iets te schetsen over de werken van de grote Meesterkunstenaar.

Laat de verbeelding van de mensen zich tot het uiterste inspannen om de glorie van het Nieuwe Jeruzalem te aanschouwen, en toch staan ze nog maar aan de rand van de eeuwige heerlijkheid die door de getrouwe overwinnaar zal worden gerealiseerd. Trek uw schoenen uit, want de grond waarop u staat is heilig. Dit is het beste antwoord dat ik op uw vraag kan geven. — Letter 54, April 4, 1886, to Sister Stewart.
3 vr
Triomf van de waarheid

“Betoon uzelven in alles een voorbeeld van goede werken, betoon in de leer onvervalstheid, deftigheid, oprechtheid; Het woord gezond en onverwerpelijk, opdat degene, die daartegen is, beschaamd worde, en niets kwaads hebbe van ulieden te zeggen.”

Titus 2:7-8

De triomf van de waarheid hangt af van de invloed van hen die erin geloven. Door persoonlijke inspanning, een geordend leven, vroomheid, geloof en mededogen moeten we de waarheid bevorderen. We hebben een hemel te winnen. De hoogste beloningen zijn weggelegd voor de overwinnaar. Ja, een eeuwige heerlijkheid wordt ons voorgehouden om ons aan te sporen zo te streven dat we de kroon des levens mogen verkrijgen, die niet vergaat.

Wie vastbesloten is te overwinnen, staat voor een strijd waaruit geen ontsnapping mogelijk is. Hij moet moedig de goede strijd van het geloof strijden. Hij moet zich wettig inzetten, dagelijks strevend naar zuiverheid en morele uitmuntendheid. Dit eist God van hem, opdat hij Christus mag vertegenwoordigen. Hij moet de beloften van God geloven en op Christus vertrouwen, en aan de mensen om hem heen laten zien dat hij een onuitputtelijke schat heeft waaruit hij kan putten. Zijn woorden moeten de juiste woorden zijn, zijn geest de juiste geest. Zijn handen mogen nooit verslappen in het werk dat God hem heeft opgedragen. Hij zal beproevingen ondergaan, maar hij moet altijd moedig en opgewekt blijven. Hij moet alles beschouwen als gekocht met het bloed van Christus, zonder partijdigheid en zonder hypocrisie. De Heilige Geest is zijn helper. Door Christus, die hem kracht geeft, is hij in staat alles te dragen.

De talenten die God hem heeft toevertrouwd, zullen een evenredige tegenprestatie vereisen. God aanvaardt “iemand aangenaam naar hetgeen hij heeft, niet naar hetgeen hij niet heeft.” (2 Korintiërs 8:12) Hij verwacht niet van iemand die slechts één talent heeft, wat Hij verwacht van iemand die er vijf heeft. Als de rijken ervoor kiezen om elke zelfzuchtige begeerte te bevredigen, om te genieten van de goede dingen van dit leven, zullen ze dienovereenkomstig worden geoordeeld. Ze weigeren Christus te eren door nederige gehoorzaamheid, door Zijn kruis op te nemen. Ze leven om zichzelf te behagen en te bevredigen, en onteren zo God; en Hij verklaart: “die Mij eren, zal Ik eren” (1 Samuel 2:30)

Alleen zij die trouw handelen met hun talenten, met een ernstig besef van hun verantwoordelijkheid, verrichten groot werk vanwege hun standvastige trouw. Alleen zij die Hem verheerlijken door de hun toevertrouwde gaven wijs te gebruiken om Gods zaak te dienen, zijn groot in Zijn ogen. — Manuscript 53, April 3, 1899, “Words of Instruction to Those Connected With the Sanitarium.”
2 do
Hemelse evaluatie

“Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.”

Romeinen 12:1

Er vindt voortdurend een karaktermeting plaats. De engelen van God beoordelen jouw morele waarde, inventariseren jouw behoeften en brengen jouw zaak voor God. Hoe vurig zouden we ernaar moeten streven de wil van de Geest van God te begrijpen! En o, hoe dankbaar zouden we moeten zijn dat hulp is verleend door Hem die machtig is om te redden!

Toon je ongeduld en spreek je overhaaste woorden? Ben je vol van zelfingenomenheid? Heb je wellustige gedachten en praktijken? Doe je dingen die lijnrecht ingaan tegen Gods bedoelingen? Beroof je jouw hemelse Vader door jouw talenten en jouw hart voor Hem te verbergen? Waarom houd je hier niet mee op? Waarom geef je jezelf niet volledig over aan God? Hij zal je Zijn licht en vrede schenken, en je zult Zijn verlossing ervaren. Breng God geen kreupel, ziek offer meer. Jouw krachten, zowel geestelijk als lichamelijk, zijn verzwakt door jouw eigen overtredingen; maar zo'n offer is niet aanvaardbaar voor de hemel. Waarom zou je niet komen en genezen worden van jouw kwalen, en een levend offer brengen, heilig en onberispelijk? Heb je God beroofd van tienden en offergaven? Hier is een instructie voor je. De Heer zegt: “Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.” (Maleachi 3:10). Waarom zou je de Heer niet op Zijn woord geloven? Het is ons voorrecht om de vreugde van Christus te ervaren.

Het zou moeilijk zijn om degenen die de rijke kennis van Christus hebben geproefd, ervan te overtuigen dat Hij is als een wortel uit droge grond, zonder vorm of schoonheid; en dat Hij voor onze zielen “de voornaamste onder tienduizend” en de “volkomen lieflijke” kan worden. (Hooglied 5:10,16) Ik houd van Hem! Ik houd van Hem! Ik zie in Jezus onvergelijkbare charmes. Ik zie in Hem alles wat de kinderen der mensen kunnen verlangen. Laten we komen tot het “Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!” (Johannes 1:29) Laten we, door Zijn verdiensten en gerechtigheid, een voorbereiding op de hemel verkrijgen. Het gebroken en berouwvolle hart zal Hij niet verachten. — The Review and Herald, 2 april 1889.
1 wo
Voldoen aan de vereisten

“Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, den bekwamen tijd uitkopende. Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.”

Colossenzen 4:5-6

Laten we ervoor zorgen dat onze tijd niet zo groot wordt dat we ons bezighouden met allerlei zaken die niet echt noodzakelijk zijn. De ernst van deze vraag drukt zo sterk op mijn gemoed dat ik het niet onder woorden kan brengen. De tijd verstrijkt, en wanneer ik geconfronteerd word met de vele kerken die niet bereid zijn om voor de Meester te werken, maar zich in een onverschillige, zorgeloze toestand bevinden, raak ik gealarmeerd en vraag ik me af: Wat kan ik zeggen, wat kan ik doen om deze situatie te veranderen? Ik kan zeggen: “Want wat zou het den mens baten zo hij de gehele wereld won, en zijner ziele schade leed? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?” (Marcus 8:36,37)

Ik denk dat niemand van ons beseft dat we samen met God moeten werken. Velen begrijpen niet wat ware bekering middelt, wat het inhoudt. En nu richt ik mij tot u en uw familie, opdat u zich bewust wordt van de plechtige plicht om hen te wijzen op de noodzaak van waakzaamheid en het streven om verloren zielen uit Christus te redden. Waarschuw elke dag iemand die het niet weet, dat het einde der tijden nabij is.

Geen letter of streepje van Gods heilige voorschriften zal ooit veranderd worden om de mens in zijn onvoorbereide toestand tegemoet te komen. Zijn heilige Woord zal nooit veranderen of verdwijnen. De wereld slaapt in haar zonden. Hemel en aarde zullen vergaan, maar Zijn Woord zal nooit vergaan. Wij allen moeten ons laten leiden door het Woord van God. Wat een werk ligt er voor ons, en zogenaamde christenen beseffen het niet! “…Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.” (Mattheüs 18:3)

Hoe weinigen beseffen de invloed van de kleine dingen in dit leven. Zij die de beproeving, de toets van God, kunnen doorstaan, zullen door Christus erkend worden. De waarheid, de reddende waarheid, van Gods Woord, geleefd, zal ons geschikt maken voor de gemeenschap van de verlosten. Moge God ons helpen morele uitmuntendheid te waarderen. Verfijnde, geheiligde mentale eigenschappen zijn meer waard dan het goud van Ofir. Het vormen van een ware morele positie ten opzichte van God is een levenswerk. Leer dit, mijn lieve broeder en zuster, door middel van onderwijs en voorbeeld. — Letter 37a, April 1, 1903, to Brother and Sister Burden, at the Sydney, Australia, Sanitarium.